Culturama VZW

 Lezingen en cursussen
 Stadswandelingen te Brussel
 Museabezoeken

Lezingen of voordrachten

INLEIDING

De vzw werkt op aanvraag en komt ook ter plaatse lezingen en cursussen geven bij de socio-culturele vereniging, of het cultuurcentrum, of het CVO of de school.

Culturama bezit een archief van meer dan 6.000 dia’ s. Deze werden alle in gescand. De lezingen worden gegeven met een PowerPoint. Indien er genoeg tijd en de nodige infrastructuur voorhanden is, kan ook op het einde naar een DVD fragment gekeken worden dat past bij het behandelde thema.

Al dan niet als boeiende introductie verbonden aan een dagexcursie, een reis, een museum- of tentoonstellingsbezoek.

Cursussen in onderlinge afspraak, bij voorkeur ’s avonds : cursusmap ook beschikbaar.

Te voorzien : te verduisteren zaaltje, viltstiftbord of flipover, projectietafel, verlengdraad, diaprojector.

 

OVERZICHT KEUZEMOGELIJKHEDEN

Leren omgaan met personnen met fysieke beperkingen.

Brussel als striphoofdstad.

Eetgewoonten en tafeletiquette door de eeuwen heen.

Chocolade, het zwarte goud

De roos door de eeuwen heen.

Humor en fantasie in de kunst.

Topprodukten uit Vlaanderen: wandtapijten en retabels

Relieken, reliekenverering en liturgisch vaatwerk: waarom, sinds wanneer en nu nog betekenisvol?

De toffe fifties en Expo 58

Lezing over een belangrijke kunstenaar, zijn oeuvre en zijn tijd

Het Brussel van de Art Nouveau en de Jugendstil, hoofdstad in Europa.

Sinterklaas, Sint-Maarten en Santa Claus

De kunst van het Interbellum

Kunst, kitsch en antiek

Kunst in de Brusselse metro

De vrouw in de kunst, als Muze en als scheppende kunstenares

Het kind in de kunst.

Het juweel door de eeuwen heen: sieraad, symbool, signaal.

Het interieur vroeger: de evolutie van de meubelkunst en van de wandbekleding.

Aan tafel met Alexandre Dumas Père

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

Leren omgaan met personen met fysieke beperkingen.

Blindheid scheidt van dingen maar doofheid scheidt van mensen. (citaat Hellen Keller)

Doven, slechthorenden, slechtzienden, blinden en mensen met misvormingen werden lang in onze West-Europese cultuur aanzien als minderwaardig. Van in de antieke Oudheid werden ze al als niet volwaardige mensen en als zwakzinnigen aanzien. Ziek en misvormd zijn werd ook lang beschouwd als een straf van God. De christen had de plicht barmhartig te zijn en aan naastenliefde te doen. Zo kon hij ook zijn hemel verdienen.

De eerste die zich over doven ontfermden waren monniken zoals fray Pedro Ponce de Leon en Beda Verenabilis. De eerste die door zijn eigen beperking een goed leessysteem kon ontwikkelen voor blinden was de Fransman Louis Braille. En Guilly d’Herbeumont heeft in vorige eeuw geijverd voor een witte stok.

Manneke Pis als Louis Braille © Stedelijke musea van Brussel en de Brailleliga

Sindsdien zijn er verschillende leessystemen, hulpmiddelen, allerlei instellingen en confederaties ontstaan. Blindgeleidehonden maken het leven van hun baasjes makkelijker. Er bestaat niet alleen een Brailleschrift maar ook een Moonsysteem en de Barbiermethode.

maquette van het kasteel van Angers voor blinden © Walter De Decker

De eersten die specifieke dovenscholen hebben in het leven geroepen waren Abbée del’Epée en Konrad Amman. Er bestaan verschillende gebarentalen. Nu worden zoveel mogelijk mensen met beperkingen op normale scholen opgeleid (inclusiedenken).

Logo voor een doventolk ontwikkeld door Intro © Intro

Dank zij de vooruitgang van de wetenschappen is ook onze kennis over de werking van het oog en de verschillende zienstoornissen verruimd.

Speciale ipad in gebruik in het Magrittemuseum Brussel © KMSK en Magrittemuseum Brussel - Persdienst

We hebben het in 1 of 2 lezingen over al deze aspekten en over nuttige hulpmiddelen, regels… en geven ook tips in verband met het omgaan met deze zeer specifieke doelgroepen.

 

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

Brussel als striphoofdstad.

We belichten in deze lezing allerlei aspekten. We hebben het zowel over het ontstaan van de strip, in dezelfde periode als de tekenfilm, als over het maken van een strip en de 2 stripstijlen. We verwijzen naar enkele beroemde striptekenaars en naar de 2 stripmusea van Brussel. We maken een virtuele rondgang langs een selectie van de Brusselse stripmuren (een 40tal in 2013) en we verwijzen naar de afbeeldingen van bekende monumenten of toeristische Brusselse plekjes in stripalbums. Tenslotte wordt ook nader ingegaan op belangrijke evenementen, postzegels met stripfiguren en andere leuke weetjes.

Duur: ca. 1,5 uur.

Enkele sfeerbeelden van onze lezing die heeft plaats gehad op vraag van de bibliotheek en de cultuurbeleidscoördinator in Ninove.

Machteld © Culturama vzw       Myriam © Culturama vzw

Uitbeelding met power-point © Culturama vzw

Aandachtige en geboeide toehoorders © Culturama vzw

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

Eetgewoonten en tafeletiquette door de eeuwen heen.

Over tafelmanieren en eetgewoonten- over taboes, voorkeuren en verandering van smaken…

Machteld DE SCHRIJVER © Foto Maurits Beddegenoodts

LEZING 1:

Tafelen en etiquette van de Oudheid tot het begin van de 19de eeuw.

Foto A.Stevens - La tasse de thé © Musée de Mariemont

Deze lezing kan ook chronologisch onderverdeeld worden in een reeks van 2 tot 3 samenkomsten.

Van in het prille begin moest de mens zien te overleven en zijn zouten en zoetigheden belangrijk als bouwstenen. We hebben een aangeboren vaardigheid om het zoete en het slechte of giftige van elkaar te onderscheiden.

Jan Fijt - Stilleven met champignons © KMSK

De andere smaken werden ons aangeleerd.

Een eerste grote verandering kwam tot stand door de ontdekking en het gebruik van het vuur.

Zo’n 400.000 jaar voor Christus ontstond de eerste primitieve kookkunst ! Nadien hebben sommige volkeren in de antieke Oudheid de keuken verfijnd. Bier en wijn waren aan beide zijden van de Middellandse Zee en dus ook bij onze Keltische voorouders al bekend. De oudste bewaard gebleven recepten dateren van de Griekse en de Romeinse tijd.

Brood bleef eeuwenlang het basisvoedingsmiddel.

merovingische gerechten

Vanaf de Karolingische tijd geven kloosterplannen ons informatie over het telen van bepaalde gewassen, fruitsoorten en kruiden en moesten strenge regels zorgen voor orde en respect in een gemeenschap. Benedictus en de Cisterciênsers lieten allerlei teksten na. Door het contact met het Nabije en het Verre Oosten werden zowel peperdure specerijen als nieuwe gebruiksvoorwerpen en het ‘wassen van de handen’ belangrijk.

Vorsten en edelen hielden grootse feesten om hun macht en rijkdom te bewijzen.

Het tafelen nam daarbij ettelijke uren en soms zelfs meerdere dagen in beslag en werd afgewisseld met ‘entremets’ en ‘sotternijen’. Vlees en wild werd er in onmetelijke hoeveelheden gegeten en lokten bij de Kerk verordeningen en ergernis uit. De restjes van deze gelagen werden aan het volk en de armen uitgedeeld.

©Museum M, Leuven - retrospectieve Rogier Van der Weyden

Hun basisvoeding waren soepen, potagieën, pappen, brood en wat beperkte groentesoorten. Het voorsnijden was een echte kunst en behoorde tot de opleiding van de adelijke hofknapen of de pages. Het hofpersoneel was talrijk, men had ook een voorproever en een keldermeester of sommelier. De heer werd uiteraard het eerst bediend..Als gast bracht men zijn eigen bestek mee. In de feestruimte verscheen stilaan een nieuw meubel, het ‘dressoir’.

De Renaissance (16de eeuw) zorgde niet voor een totale ommekeer maar voor verdere verfijning op meerdere vlakken. Zo kwamen er nieuwe voedingsmiddelen, specerijen en dranken in omloop en zorgden gedrukte kookboeken in de volkstaal voor een grotere verspreiding van de gebruiken.

Vele producten bleven echter duur en golden lang als ‘afrodisiacum’. Servet, vork en zoutvat verschenen op de tafel. Het servies werd uitgebreid en gemeenschappelijke bekers, schotels en lepels behoorden nu definitief tot het verleden. Humanisten zoals Erasmus en andere schrijvers verwezen naar het belang van het afvegen van de lippen en de vingers en het zorgen voor een frisse en versierde ruimte! Uit deze tijd dateren tal van bewaard gebleven keukeninterieurs, schilderijen en gravures.

Markt- en keukentaferelen zijn nieuwe genres. Versailles geeft nadien de toon aan. Feesten worden opgeluisterd door vuurwerk, muziek en wandel- en smulpartijtjes in het park.

De kok - Pieter Van Rijck © Musea Schone Kunsten Gent

Na de Franse revolutie openden werkloze koks een traiteurszaak met restaurant en werd het ‘uit gaan eten’ een nieuw gegeven.

~~~

 

LEZING 2:

Tafelen en etiquette in de 19de en 20ste eeuw.

Uit gaan eten in de 19de eeuw © 

Sommige koks waren vindingrijk en gebruikten namen van beroemde personen voor allerlei gerechten. Grote namen waren o.a. Brillat-Savarin, Escoffier en Maurice Careme.

Prent van Antoine Carême © 

Een Rus leerde ons een andere manier van tafelen waarbij de gerechten pas één na één per gang op de tafel werden gezet.

De keuken in het huis van Claude Monet te Giverny © 

Antoine Carême (1784- 1833) werkte zowel voor de Talleyrand, Napoleon als voor de Britse prins-regent en de familie Rotschildt. Hij was onder andere de uitvinder van de ‘sauce hollandaise’ en van de vol-au-vent opgediend in een bladerdeegkoekje. Hij perfectioneerde ook het mille-feuille bladerdeeg.

Escofier was een operaliefhebber en creëerde in 1893 voor de beroemde Australische sopraan Helen Porter Mitchell, bij haar bezoek aan zijn Londons restaurant, een nieuw ijsdessert namelijk de bekende ‘Pêche Melba’ met witte perziken en frambozenpuree.

Nelly Melba of sopraan Helen Porter Mitchel © 

Ook de ‘Dame Blanche’ werd door Escofiier bedacht. Ijs en sorbet waren trouwens nieuwe dessertvormen mogelijk geworden na de uitvinding van de ijsmachine rond 1890. Sorbet zou al als vruchtenbereiding, koel geserveerd, bij de Chinezen en in de antieke Oudheid bekend zijn geweest. Via Perzen, Arabieren en Turken werd het verder in Sicilië en Italië bekend. De buitenlandse koningin Catharina de Medici maakte het vanaf de 16de eeuw in Frankrijk meer geliefd. Parijs kende al voor de 18de eeuw ijssalons. Een eerste publicatie over sorbetbereidingen werd er uitgegeven in 1775.

Een ijskar uit de dertiger jaren © 

Bij ons leerde Philippe Cauderlier zijn volk koken en streekproducten gebruiken. Hij vermeldde als eerste het Belgische gerecht biefstuk friet, de Brusselse wafel en prees maïzena aan om sauzen te dikken. In Amerika ontwikkelde zich soepextraktfabrikant Liebig.

Schikking van de tafel bij kasteelfeesten in de 19de eeuw © 

In de 19de en de 20ste eeuw bleven kasteeldames echter dinernotities, menuschriftjes en kookboeken bijhouden.

Grootse feesten, schikking van de tafels en de gasten in de 19de eeuw (Engeland) © 

Recepten werden generaties lang doorgegeven. De keukenbibliotheek werd echter meer heterogeen. In overleg met de kokkin of de kok werden de menu’s opgesteld en de winkelbestellingen doorgegeven.

Menu van 1888 uit Brugge bij de adelijke familie de Pelichy © 

Het personeel werd ook in het ‘dienen’ opgeleid. De sleutel van de proviandkelder werd vaak bijgehouden. Zoveel mogelijk werden producten uit de eigen tuin en de boomgaard verwerkt. Restjes werden niet weggegooid maar verwerkt in hachées en gerechten zoals ‘verloren brood’ of kwamen op de personeelsdis.

Reclame voor melk. Affiche ontworpen door A. Steinlen, Frankrijk © 

Snoepgoed werd al van in de negentiende eeuw verkocht. Een van de eerste snoepjes waren de pepermuntjes.

Tinnen uithangbord van een snoepwinkel uit de 19de eeuw "In den zoeten inval" met afbeeldingen van stolpflessen met snoep © 

De madeleines, uitgevonden in Lotharingen of in Vézelay werden vooral door het boek van Marcel Proust wereldberoemd en geliefd.

In de 20ste eeuw kende de ‘haute cuisine’ een korte bloeiperiode. Smaken werden geamerikaniseerd en geinternationaliseerd.

De margarine vervangt in de twintigste eeuw de boter. Ons kookboek wordt een belangrijke handleiding voor de vlaamse huisvrouw. Kookcursussen worden ook her en der ijverig gevolgd.

Cursussen huishoudkunde en koken met Philipsfornuizen - Reclame uit Nederland © 

Coca-cola, chocolade en Artic-ijs worden vanaf de fifties populair.

Tiramisu uitgevonden in 1971 © 

De koelkast zal naast de tv in onze huizen verschijnen. Hambugers en hotdogs, pizza en pastagerechten, pita en tiramisu of brownies en kant en klaargemaakte gerechten komen nu bij jonge gezinnen vaak op de tafel.

Verschillende Italiaanse pastawaren © 

Gastronomie en streekproducten zijn nu een belangrijk onderdeel van ons erfgoed geworden. Minister Anciaux organiseert voortaan een jaarlijks novemberevenement van ‘de week van de smaak’.

~~~

 

LEZING 3:

Om te backen, dicke wafeln

Wafeletende Nero door Marc Sleen © Marc Sleen Museum en Belgische Centrum van het Beeldverhaal

Zowel in België als in andere landen zijn er verschillende soorten wafels bekend. In onze meeste Vlaamse kookboeken, uitgegeven in de 20ste eeuw wordt er gesproken over ‘huishoudwafels’ of ‘Vlaamse wafels’. De wafel is echter geen Belgische uitvinding.

Schilderij met wafels van Frans Francken in het Museum voor Oude Kunst van Brussel © KMSK

Vanaf het rococo wordt het ‘intiem tafelen’ een traditie.

In de Middeleeuwen werden ‘oublies’ al op Parijse kermissen en foren aangeboden. De oudste recepten in de Nederlanden en in Duitsland gaan terug tot de zestiende eeuw en 1604. De eerste Franse beschrijving van een wafelrecept verscheen pas in het beroemde boek ‘Le pâtissier français’ geschreven door Pierre de la Varenne, kok aan het Hof van de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV. De oudste uitbeeldingen van wafels en van apparaten om wafels te maken, in onze schilderkunst dateren ook uit de zestiende eeuw. Denken we maar aan de werken van Jeroen Bosch, Pieter Bruegel I, Pieter Aertsen, Sebastian Vranckx en andere anonieme meesters.

Wafelafbeelding, een schilderij van Alexis Van Hamme uit de 19de eeuw © 

De bakermat van de wafel situeert zich dus in onze streken en in Duitsland. Vanaf de 17de eeuw is er in de literatuur pas sprake van wafelventers en wafelvrouwen. In Luik werd op vraag van de toekomstige prinsbisschop een kleine en malse wafel uitgevonden in de achttiende eeuw. Philippe Cauderlier vermeldde als eerste in 1874 een ‘Brussels’ wafelrecept in ‘La patisserie et ses confitures’.

Kookboek Cauderlier

De Brusselse wafel werd toen al op de kermis aangeboden. Wafels en oliebollen bleven trouwens zeer lang een attractie op de Brusselse kermis. Bewaard gebleven folders vermelden het kraam van 'Max' en allerlei herbergen en pasteibakkers in bepaalde Brusselse wijken waar men wafels kon gaan eten. De Brusselse pasteibakkers openden in dezelfde tijd ook een bijhuis of een filiaal aan de kust waar de rijke Brusselaars een vakantiehuis of een tweede verblijf hadden.

Bestonden er toen in de 2de helft van de negentiende eeuw al 3 verschillende bereidingswijzen?

Foto van boekcover - Uitgegeven door de Erfgoedcel van de VGC Brussel en ASG

Op de expo ’58 was de wafel bij ons al een randverschijnsel… Belgen maakten echter op latere wereldexposities in het buitenland (New York, Aichi…) de 'Belgian waffle' geliefd. En zo veroverde onze wafel de wereld!

~~~

 

LEZING 4:

Grasduinen doorheen onze 'culinaire' taal. Omvingers en duimen af te likken.

Een tocht doorheen méér dan 3000 jaar keukengeschiedenis.

De Germaanse talen en natuurlijk onze Nederlandse taal zijn een ware schatkamer van oude termen, uitdrukkingen en spreekwoorden. In tal van verhalen en oeroude mythen spelen voedingsmiddelen een belangrijke rol. Zo is er o.a. de appel die al in het oude Griekenland en in het Nabije Oosten uitsluitend verbonden werd aan belangrijke godinnen. Bij de Romeinen kreeg het stukje fruit de naam ‘mala’ en zo werd de appel in vele sprookjes een attribuut van vooral boze en op kwaad beluste figuren. Sommige woorden gaan zelfs terug tot een ver verleden of zijn afkomstig van exotische streken. ‘Koken’ en ‘suiker’ is in vele talen hetzelfde. Vele woorden in onze taal zijn trouwens afgeleid uit het Latijn, het Grieks, het Arabisch en zelfs het Azteeks. Oude gebruiken of rituelen bleven doorleven. Zo werd de Keltische-Germaanse godin van de liefde begeleid door een haas en offerde men haar eieren.

© 

Eieren werden ook in akkers begraven. Onze paaseieren en paashazen hebben dus een zeer verre oorsprong. Onze zegswijze ‘voor een appel en een ei’ heeft iets te maken met de Romeinse bankettraditie… En de uitdrukkingen ‘vijgen na Pasen’ of ‘een haar in de boter’ staan evenzeer in verband met oude tradities. Wist U dat er een relatie is tussen zout en ‘salaris’, souperen en ‘soupe’ en ‘croquer’ en croque-monsieur? Dat kruiden zoals citroenmelisse en bijvoet of peper met kaneel vermengd al méér dan 2000 jaar geleden gebruikt werden om vermoeidheid en depressie te bestrijden of om een vuriger minnaar te worden?

Wat is de betekenis van een peperkontje, mensen melken, een heilig boontje, een kaasvisser en wie werd door ons in de 19de eeuw ‘Jantje Kaas’ genoemd? Waar en wanneer werd de sandwich uitgevonden?

De sandwich, 2 sneetjes brood met allerlei dingen gevuld door de op spelen verzotte Lord John Mantagu, de 4de graaf Sandwich © 

Heeft de Wiener Schnitzel iets te maken met Wenen? En de quiche lorraine met Lotharingen? Of de aspergesoep ‘Pompadour’ met de beroemde en intellectuele minnares van de Franse koning Lodewijk XV die op 43 jaar al in 1764 stierf? En naar wie verwijst de cocktail ‘Bloody Mary’?

Een interpretatie van de wrede koningin Mary Tudor uit de 16de eeuw en de cocktail Bloody Mary © 

Van waar komen de namen van de fruitsoorten clementine en pruim reine-claude? Hebben croissants en bagels iets met Turken te maken?

© 

Waar werd het eerste koffiehuis en het eerste restaurant geopend? Dit alles en nog veel andere dingen komen aan bod tijdens een 2u durende lezing: om vingers en duimen af te likken!

Lezingen verbonden met een workshop: zie rubriek "Workshops".

~~~

 

LEZING 5:

Drankgewoonten door de eeuwen heen.

H.De Braekeleer - Aardbeien met champagne © KMSK Antwerpen - Tijdelijk in bruikleen in het kasteelmuseum van Gaasbeek.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

Chocolade, het zwarte goud.

Lezing al of niet verbonden aan een workshop.

Het zwarte goud. Geschiedenis van de chocolade en van bekende Belgische chocolatiers.

Truffels © 

Chocolade zorgt voor allerlei zintuiglijke ervaringen. Het woord is afgeleid van ‘choc’atl’ en heeft een Centraal-Amerikaanse oorsprong. De Olmeken kenden al cacaobonen eeuwen voor onze christelijke jaartelling.

© 

Nadien hebben Tolteken, Azteken en Maya’s cacaobonen gebruikt als ruilmiddel en er bittere en gekruide dranken voor goden en vorsten uit bereid. Bij deze volkeren werd de cacaoboom zelfs in verband gebracht met het Paradijs.

Detail van muurschildering door de Mexicaanse kunstenaar Diego Rivera - de cacaovruchtenoogst bij de Azteken © 

Na de verovering door Hernan Cortes werd het goedje na 1519 eerst in Spanje en door huwelijkspolitiek en handelscontacten vanaf de 17de eeuw in andere Europese landen bekend.

Een geopende cacaoboomvrucht © 

Aanvankelijk was het enkel bekend bij de vorstenhoven.

Man met cacaoboomvrucht, een Azteeks beeldhouwwerk © 

Nadien werd het bij de adel en bij de burgerij bekend en speciale schenk- en drinkvormen gecreëerd. Chocolade werd lang aanzien als een medicijn. Het gaf kracht, werkte stimulerend, bevorderde de spijsvertering en beïnvloedde de gemoedsstemmingen. Het werd lang verkocht in apotheken en als medicijn gegeven aan mannen met fysieke problemen en aan zwangere vrouwen.

Zicht op de winkeletalage van Neuhaus, het moederhuis in de Koninklijke Sint_Hubertusgalerijen © 

De uitgeweken Jean Neuhaus starte vanaf 1857 met een apotheek in Brussel. De praline of de chocoladebonbon werd pas in 1912 door de 3de generatie Neuhaus in de nog steeds bestaande winkel van de Sint-Hubertusgalerijen uitgevonden. Neuhaus‘ vrouw Louise bracht trouwens ook in 1915 de nieuwe verpakking of de “ballotin” op de markt.

Door de mechanisering, de scheiding van cacaoboter en de uitvinding van melkpoeder werd vanaf de 19de eeuw ‘vaste’ chocolade mogelijk. Repen en melkchocolade verschenen op de markt.

De bekende Belgische zeevruchten © 

Betere apparaten en de groeiende welvaart zorgden voor een ware ‘bonbonrage’ en de democratisering van chocolade na de Tweede Wereldoorlog. België heeft dank zij Congo, ondanks het feit dat er geen belangrijke plantages waren, een belangrijke troef in handen gehad.

Details op oude Belgische postzegels © 

Het oude logo van de Belgische Côte d'Or in 1928. De reclame naar aanleiding van de Wereldtentoonstellingen © 

De zorgvuldige bereiding, de juiste verhouding en de keuze van waardevolle ingrediënten, het vermengen van verschillende soorten bonen, een hoog percentage van cacao, het gebruik van echte cacaoboter en een degelijk vakmanschap zijn sinds de 20ste eeuw de geheimen van onze ‘beste chocolade’ ter wereld.

Een zicht in de winkel van Galler aan de Boterstraat te Brussel. De 'kat' van striptekenaar Geluck © 

In deze lezing gaan we ook nader in andere aspecten, zoals het maken van chocolade, de verschillende soorten vullingen, belangrijke Belgische productiehuizen en Europese richtlijnen.

Een geliefd geschenk en een verkwikkend energiemiddel © 

Tot slot worden ook enkele tips en recepten doorgespeeld en, indien mogelijk, ook uitgeprobeerd en opgegeten.

Modecreaties in chocolade © 

  © 

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

De roos door de eeuwen heen.

Voor de roos heeft men in alle tijden en in vele culturen een grote waardering gehad.

De roos is een geliefd onderdeel van recente mode-ontwerpen © 

Fossielen uit 3 continenten bewijzen dat de roos al 35 miljoen jaar geleden bestond. In Egypte, Griekenland en Rome werden rozen al verwend in cosmetica, als medicijn, voor feesten, in de dodencultus en in gerechten.

Rozen schilderen was een specialiteit van vrouwelijke artiesten vanaf de 17de eeuw © 

Zowel bij de Perzen als in ons christendom was de roos een symbool van het leven en de relatie met God. Ook Maria, bepaalde kloosterorden en koningshuizen, heiligen en legenden werden met de roos verbonden; De kruistochten zorgde voor een verdere verspreiding en ontwikkeling van de roos en rozensoorten. In glasramen, textiel, wapenschilden en … gedichten was de roos alom aanwezig.

De roos werd veel uitgebeeld in de engelse schilderkunst van de 19de eeuw © 

Vanaf de 19de eeuw was de roos ook niet meer weg te denken uit de keuken.

De ‘koningin van de bloemen’ heeft de hele geschiedenis door vooral vrouwen geboeid. Wie waren deze opmerkelijke dames ? Is het dan verwonderlijk dat rozennamen vooral vrouwennamen zijn?

Ontwerp van een affiche, Frankrijk - J. Patou, Art Déco tijd © 

En natuurlijk verwijzen we naar heel wat Belgische rozentuinen en rozenkwekers of gedurfde gastronomische hoogstandjes.

Zicht op het eerste deel van de rozentuin in kasteeldomein Coloma © 

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

Humor en fantasie in de kunst.

Een vogelvlucht doorheen ca. 4000 jaar geschiedenis, vooral van West-Europa en in Meso-Amerika: een verkenning doorheen literatuur, beeldende kunsten en zelfs muziek…

Production: Royal Tichelaar Makkum, collection: eg. Moss NY,Zuiderzee Museum, photo: M.Aukes

De oorsprong: visie in de antieke Oudheid dat het lichaam geregeld werd door diverse sappen of ‘vochtsoorten’, bepalend voor het karakter… enkele typische ‘humor’-teksten en kluchten. Dit ‘theatergenre’ was vooral succesrijk bij de Romeinen.

Verschillende humorsoorten: ironie, engelse humor, zwarte humor…

Belang van humor : bevrijdend, relativerend…

Bad~ en strandgenoegens in Oostende - Ingekleurde prent (ets) van James Ensor

In de beeldende kunst: drolerieën, clowneske of groteske voorstellingen, zowel in het pre-columbiaans Amerika als in onze Middeleeuwen bij Bosch en Brueghel.

Navolger van J. Bosch © Museum Rijsel

De verbeelding aan de macht: Arcimboldo, andere maniëristen, Goya, V. Hugo, Daumier…

De eigenzinnige en persoonlijke James Ensor.

Creativiteit van James Ensor

De wereld op zijn kop: dadaïsten, surrealisten; Pop-Art- G. de Chirico, Duchamp, Magritte en Delvaux, M. Ernst, Man Ray… Roel d’Haese, Vic Gentils, Landuyt, M. Mariën en Broodthaers…

De humor in de grafische kunst met belangrijke figuren: Cheret en Lautrec, Ogé, Capiello, Mauzan, de Gebroeders Lynen en Juffrouw Léo Jo in Belgie…

Kunst en kitsj…

Enkele passende limericks (Jos Ghysen en G. Durnez etc)

Muziek en humor

<terug naar boven>

~*~*~*~

Topprodukten uit Vlaanderen: wandtapijten en retabels.

Eeuwenlang hebben we ze uitgevoerd. Nu zijn ze in alle belangrijke musea ter wereld aanwezig. Ze werden gemaakt door bekwame specialisten.

Teamwerk en vakkundigheid waren een ‘must’. Bedrog kon een gevaar zijn voor de ‘blijvende productie’ en werd reeds vroeg door wetten en het aanbrengen van merken quasi onmogelijk gemaakt. Het ‘beeld’ was toen zowel esthetisch als didactisch belangrijk.

Copyright : Provinciebestuur Antwerpen

Tientallen boeken werden reeds aan deze 2 exportproducten gewijd en nog verschijnen er nieuwe uitgaven. In deze lezing bespreken we ook de evolutie, de verschillende onderwerpen, specifiek voor bepaalde centra en de rol van schilders en ateliers.

onderzijde van een weefstoel, atelier de Wit, Mechelen

Waarom zijn er weinig ‘meesters’ bij naam bekend? Wat was de reden van de ondergang van deze 2 kunsttakken? Wanneer kwam er een herwaardering en welke problematiek komt er kijken bij conservatie en restauratie? We geven ook een top tien wat betreft te bezoeken locaties.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

Relieken, reliekenverering en liturgisch vaatwerk: waarom, sinds wanneer en nu nog betekenisvol?

Ons christelijk geloof was eeuwenlang de pijler van onze cultuur. Merkwaardige personen werden en worden in verschillende culturen vereerd.

Eén van de 7 wonderen van België het Onze-Lieve-Vrouw reliekschrijn bewaard in de kathedraal van Doornik © 

Relieken worden in verschillende culturen en godsdiensten gebruikt.

Stoepa's zijn gebouwen waar vaak relieken van de Boedha worden in bewaard © 

Sissganj Gurdwara Sikhtempel © 

Graf van de Heilige Johannes in Umayaden of de grote Moskee van Damascus, voor christenen en moslims een belangrijke vereringsplaats © 

De relieken van de katholieken zijn echter het grootst in aantal.

Zicht op de "Goldene Kammer" met reliekschrijnen, Sint-Ursulakerk Keulen © 

Het katholieke Europa schreef een kracht toe aan stoffelijke resten van heiligen en martelaren of liet bij relieken contracten sluiten of een eed afleggen.

Bewijs van een bedevaart. Scènes geschilderd door de bedevaarder op zijn huis in Cairo © 

De martelaren waren belangrijke voorbeelden voor de nieuwe gelovigen. Ondanks een minachting of een afkeer voor beelden - in de heidense, antieke cultuur was immers het vereren van beelden belangrijk - was er bij de vroege christenen een grote behoefte om de tastbare aanwezigheid van de alomtegenwoordige God te voelen of te kunnen waarnemen. Zo ontstond vanaf de vroegchristelijke tijd het gebruik om bij graven van Westerse martelaren samen te komen, begraven te worden en deze dingen aan te raken. Men dacht dat de kracht van de relieken op de gelovigen zou overgaan. Relieken beschermen zouden helpen of genezen of steun en bijstand geven. Martelaars zouden voorspreken bij God. Vanaf de 4de eeuw werden de catacomben met martelaarsgraven populair. Helena, de moeder van keizer Constantijn ontdekte in Jeruzalem het ware Kruis en andere resten van Jezus’ kledij en schonk ze, bij haar terugkeer, aan haar zoon of belangrijke kerken in West-Europa.

De Heilige Rok van Christus, gedragen op weg naar Golgotha, meegebracht door de Heilige Helena en bewaard in de Dom van Trier © 

Meer en meer werden resten van heiligen of relieken uit het Oosten in onze christelijke streken ingevoerd. Relieken kunnen ingedeeld worden in 3 groepen.

Reliek met doornenkroon van Christus uit de Sainte-Chapelle schatkamer Notre Dame Parijs © 

De relieken van het H. Kruis en de doornenkroon van Christus en van objecten gedragen of gebruikt door Maria, zijn zeer talrijk!

De relieken werden uit hun oorspronkelijke plaats weggehaald en verhuisd. Soms werden ze op een merkwaardige wijze weggevoerd of soms gestolen.

Ivoor met de uitbeelding van een reliekentransfert, 5de eeuw, uit de schatkamer van de Dom van Trier © Dom Trier

Er werden in de Romaanse periode rond de graven van heiligen vele crypten en kerken rond gebouwd.

Begraafplaats Christelijke officieren van Keizer Constantijn, Rome. Met muurschilderingen © 

Belangrijke en grote crypten in de Nederlanden zijn o.a. nog steeds aanwezig in Anderlecht, Gent, Ronse, Maastricht, Susteren en Deventer.

Crypte met graf St-Guido in Anderlecht © 

Relieken werden in altaren ingemetseld of in opvallende schrijnen geplaatst. Ze zorgden voor status en aanzien van vorsten en steden. In deze dorps- en stadsgemeenschappen floreerde de handel door de komst van de pelgrims.

Tekening toegeschreven aan Pieter Bruegel I - Pelgrim met attributen © 

Een belangrijk gegeven was ook het opvangen van pelgrims en het verwelkomen van broederschappen. Men betaalde voor relieken losgeld. Soms werden ze het doelwit van oorlogen zoals tijdens onze kruistochten.

Om bedrog tegen te gaan werden ook bewijzen van een deelname aan een bedevaart uitgereikt. Schelpen waren immers makkelijk te vinden en op te rapen. Pelgims kregen daarom een insigne, een attest, een bedevaarstvaantje of een prent. De insignes werden op hoed of mantel opgespeld gedragen. Vaak komen ze aan het licht bij archeologische opgravingen. Uit dank voor een verworven gunst of genezing werden ex-voto’s geschonken.

    

Pelgrimshoed Stephan Van Praun 1571 en Oud pelgrimsinsigne © 

De belangrijkste bedevaarstplaatsen waren Rome, Jeruzalem en Santiago de Compostela.

Huidige symbolen ingelegd in voetpaden en asfalt verwijzend naar de bedevaartsroutes naar Santiago de Compostella © 

Langs de bedevaartsrouten ontstonden vele kapellen, kerken en pelgrimshuizen of herbergen.

Oude foto van de Sint_Ursulakerk van Keulen © 

Als er wonderen gebeurden bij een graf van een heilige of van een reliek werd deze locatie uiteraard zeer populair.

Detail van de reliekschrijnen van de 11.000 maagden, Sint-Ursulakerk Keulen © 

Rijke kerken verwierven meerdere relieken. Er groeide een concurrentiestrijd tussen verschillende bedevaartsplaatsen.

Sleutel van de Heilige Servaas © Schatkamer St-Servaaskerk Maastricht

Om de 7 jaar werden er in Tongeren, Maastricht en Aachen heiligdomsvaarten georganiseerd. De belangrijkste relieken werden op torens of andere hoger gelegen kerkbouwonderdelen zoals een tribune uitgestald of getoond. Gelovigen verwierven aflaten bij het zien of aanraken van de relieken.

Tonen van relieken in de toren - Verering van de Heilige Cunera-houtsnede © 

Het leven van de stads- of de dorpsgemeenschap was lang met de lokale heilige verbonden. Nu is er een cultus van filmvedetten…

Een haarlok van de beroemde zanger Elvis Presley onlangs geveild voor 12.000€ © 

Onlangs geveilde bril van Mahatma Ghandi © 

Eeuwenlang werden heiligennamen gebruikt als voornaam. Op de feestdag van de patroonsheilige of op belangrijke evenementen werd een kermis en processie georganiseerd.

Al onze sacristieën en musea hebben merkwaardige en waardevolle, liturgische objecten.

Relikwie Heilig Bloed Brugge - Heilige Bloedbasiliek © 

Waarvoor werden ze gebruikt? Hoe zijn ze geëvolueerd?

Relieken van Pater Damiaan, Abdij Keizersberg Leuven © 

Welke ‘musts’ zijn er in ons land?

Een uitgave van het Davidsfonds © 

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

De toffe fifties en Expo 58.

         

Bankbiljetten door Luc De Decker

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

Lezing over een belangrijk kunstenaar, zijn oeuvre en zijn tijd.

Een lezing die een voorbereiding is op een tentoonstellingsbezoek naar aanleiding van een recente en belangrijke retrospectieve.

We grasduinen in het werk en het leven van de artiest en schetsen een beeld van de tijd waarin hij leefde. We belichten zijn evolutie, de disciplines die hij beoefende en verwijzen ook naar zijn vrienden, vijanden en de kunstenaarskringen waaroe hij behoorde. We gaan nader in op symboliek en invloeden op eigentijdse en hedendaagse kunstenaars. Tenslotte bespreken we ook belangrijke onderdelen en items van de retrospectieve.

Duur: ca. 2 uur met kleine pauze.

Onderwerpen:

1. Rogier van der Weyden en zijn tijd - het wonder van de Vlaamse primitieven.

Rogier van der Weyden is één van de belangrijkste artiesten uit de 15de eeuw. Hij behoorde tot de Vlaamse Primitieven. Kunsthistorici hebben hem later omschreven als ‘de meester van de emoties’. Veel is echter nog steeds mysterieus. Net zoals bij Bruegel zijn de geboorteplaats en –datum onbekend. Vast staat dat hij een opleiding kreeg in Doornik bij Robert Campin. Rogerius of Meester Rogel of Rogelet de la Pasture werd er al een eerste maal vernoemd in 1426 n.a.v. de dood van zijn vader, de erfenis en het verkopen van een huis. In 1432 werd hij opgenomen als vrijmeester in de Sint-Lucasgilde. Vermoedelijk nam hij toen ontslag bij R. Campin. Nadien werkte hij een tijdje in Brugge en volgde in 1435 de aanstelling tot officiële stadsschilder van Brussel. Hij werd met het polychromeren van beelden en het maken van diverse ‘schilderwerken’, waaronder ook gerechtigheidstaferelen voor het stadhuis belast. In Brussel ontpopte Rogier zich tot een gewiekst zakenman en kundige leider van twee schilderateliers. Een complex van woning en atelier bevond zich aan het Kantersteen. De verhuizing naar Brussel was ook zeer belangrijk voor zijn verdere carrière. Hij werkte er samen met andere artiesten, werd lid van een belangrijke Broederschap en van het stadsbestuur, werkte voor het Bourgondische hof en nam een Nederlandstalige naam aan. Rogier werd vader van een kroostrijk gezin, rijk en deed vele goede daden en schenkingen o.a. aan Karthuizerkloosters in het Brusselse en de omgeving van Brussel. Hij stierf op 64 jarige leeftijd en werd in 1464 begraven op een ereplaats in de belangrijkste kerk van Brussel, de Sint-Goedele en Sint-Michielskerk. Zijn weduwe bleef na Rogiers dood de zaak verder zetten. De tweede zoon Pieter zou tot 1514 de leiding van het atelier behartigen. Later was ook kleinzoon Goswin actief. Rogiers invloed bleef zeer lang na zijn dood nog voelbaar. Het uitdrukken van gevoelens in de kunst was zowel in de Vlaamse als de Europese kunst belangrijk. In deze lezing wordt ook verder ingegaan op de tijd, de onderwerpen, de symboliek, de ‘Ars Nova’ en allerlei tijdgenoten.

 

2. Hans Memling en zijn tijd.

 

3. El Greco en zijn tijd.

 

4. Bruegel en zijn tijd - het Bruegelopenluchtmuseum in Dilbeek.

Gravures. Opening van de tijdelijke en rondreizende expositie Bruegel in aanwezigheid van Professor Yoko Mori in 2010. © 

Zie ook hoofdstuk Bruegel in Dilbeek.

 

5. Rubens en zijn tijd.

Rubens en zijn erfenis.

Schilderij Venus frigida van Peter Paul Rubens © Bozar Brussel

Peter Paul Rubens (1577-1640), hofschilder met Europese faam, maakte een synthese van de nuances en paradoxen van zijn tijd. Zijn scheppingen vormden een bron van inspiratie voor tal van kunstenaars, tot in de twintigste eeuw. In de laatste jaren werden vele expo’s georganiseerd over Rubens. Onlangs kwam de schilder aan bod in Frankrijk. Nog steeds blijft hij een boeiende figuur.

BOZAR duikt, samen met het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen en andere musea, zoals het Prado van Madrid, opnieuw in zijn oeuvre.

De expo is onderverdeeld in verschillende thema’s, zoals geweld, macht, lust en liefde, religie en medeleven, elegantie en poëzie, kennis van de antieke Oudheid en humanisme… Het facet van ‘diplomaat’ wordt echter niet uitgediept, omdat het al in vroegere tentoonstellingen aan bod kwam. De tentoonstelling handelt ook over Rubens’ invloed op de westerse kunst, op tijdgenoten zoals Rembrandt en Velázquez, en op latere artiesten, zoals Fragonard, Klimt, Kokoschka en Picasso, die men ‘ de Rubens van de 20ste eeuw’ noemde. Of op Van Gogh etcetera. De tentoonstelling presenteert ook doeken en etsen van Van Dyck, Gainsborough, Constable, Delacroix, Sir Thomas Lawrence…Vanaf 23 januari is de expo te zien in London, in de Royal Academy.

 

6. Van Dijck en zijn tijd.

 

7. De landschapsschilders en hun tijd.

 

8. De impressionisten en hun tijd.

 

9. James Ensor, het wandelend standbeeld van Oostende.

Een rebel en een genie.

Foto van de oude Ensor met masker in zijn laatste woning aan de Vlaanderenstraat - © Muzee Oostende

James Sidney Eoduard Ensor zag het levenslicht op 13 april 1860. Het was toen de dag van Venus, godin van de zee en van het licht. Hij was het oudste kind van een kleinburgerlijk gemengd gezin, had een Engelse vader en een Oostendse moeder. Vanaf zijn 14 jaar werd zijn groot tekentalent op school ontdekt. Na privélessen bij Dubar en van Cuyck is Ensor drie jaar lang tot 1880 een verdere kunstopleiding aan de Brusselse Academie voor Schone Kunsten gaan volgen. ‘Ik heb er niet veel geleerd’ was zijn latere negatieve commentaar. Hij vond er echter wel mecenassen, vrienden voor het leven (zoals o.a. Finch, Vogels en Schlobach) en aartsvijanden. Hij ontdekte er bij museabezoeken oude meesters zoals Bruegel en Rubens en leerde schrijvers en journalisten kennen. Ensor werd ook opgenomen in diverse progressieve kunstenaarskringen. Eenmaal teruggekeerd ging de egocentrische Ensor zich eerst op de zolder van de ouderlijke woning vlakbij de zeedijk en nadien in het huidige Ensorhuis aan de Vlaanderenstraat obsessief aan de beeldende en de grafische kunsten wijden.

Interieurzicht 1ste verdieping van het Ensorhuis in de Vlaanderenstraat te Oostende © 

Zelfs een liefdesrelatie werd ervoor opgeofferd. De meest creatieve periode waarbij o.a. naast interieurs en stillevens motieven zoals het masker en het skelet, de identificering met Jezus Christus of het groteske opdoken, duurde tot 1896. Nadien ging Ensor vele werken herhalen.

© Belgische postzegel met zelfportret James Ensor

Ook muziek en carnaval hielden hem bezig. Na een aankoop van een reeks prenten volgde vanaf 1900 de erkenning. In Wereldoorlog I werd Ensor al vaak door buitenlandse artiesten en wetenschappers zoals Einstein bezocht. In 1929 werd hij geadeld.

Buste van James Ensor door Rik Wouters in 1916 - © Koninklijke Musea Schone Kunsten Brussel

Het is echter na zijn dood dat Ensor als een genie en een ziener werd omschreven. Hij heeft op een mum van tijd meerdere ismen toegepast en is aanzien als een voorloper van dadaïsme, expressionisme, surrealisme en tachisme.

Bad~ en strandgenoegens in Oostende - Ingekleurde prent (ets) van James Ensor©

Ensor kon immers grappig en speels, cynisch en vulgair, wrang en provocerend, profetisch en vermetel maar ook teder zijn. Zijn werken bevinden zich in een tiental Belgische musea en in méér dan 25 buitenlandse kunstcollecties en regelmatig zijn er sedert de jaren ’80 retrospectieves. In Vlaanderen geraakte Ensor zelfs op de 25ste plaats als grootste Belg.

Atelier van James Ensor aan de Zeedijk van Oostende - Installatie van D. Spoerri, Beaufort © Stad Oostende en Muzee

Hij zei op het einde van zijn leven : ‘Het licht is mijn dochter. Dank zij het licht ben ik baron geworden. Dame Schilderkunst, ik heb je mijn hart en mijn lichaam geschonken’. In deze lezing wordt ook verwezen naar zijn invloed op kunstenaars van de 20ste en van de 21ste eeuw en laten we muziekfragmenten van het marionettentheaterstuk ‘Gamme d’Amour’ beluisteren.

 

10. Theo van Rijsselberghe en zijn tijd.

 

11. Emiel Claus en zijn tijd.

 

12. Rik Wouters en zijn tijd.

 

13. Permeke en zijn tijd.

 

14. De Vlaamse expressionisten en hun tijd.

 

15. Felix de Boeck en zijn tijd.

   Zie rubriek museabezoeken "Felix De Boeck museum in Drogenbos".

 

16. Magritte en zijn tijd

   Zie rubriek wandelingen "In de voetsporen van Magritte"

 

 

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

Het Brussel van de Art Nouveau en de Jugendstil, hoofdstad in Europa.

 

Inleiding op de uitzonderlijk rijke architectuur van Brussel uit de periode 1893/1910 waarbij ook gesproken wordt over de bloei van grafiek en schilderkunst, over de rol van tijdschriften en artiestenverenigingen, over edelsmeedkunst en interieurs, over glas en ceramiek…

Hierbij wordt ook de invloed geschetst die Belgische kunstenaars hebben uitgeoefend op artiesten uit het buitenland en wordt verwezen naar belangrijke publicaties, tentoonstellingen en veilingen…

Een MUST voor wie iets meer wil vernemen over deze belangrijke periode uit de Europese kunstgeschiedenis.

Duur van de voordracht: ca. 2 uur.

       

<terug naar boven>

~*~*~*~

Sinterklaas, Sint-Maarten en Santa Claus.



In 2009 was Turkije het gastland van ‘de ‘Week van de Smaak’. In deze lezing verneemt U meer over 2 geschenkheiligen, die uit Turkije afkomstig waren of met de Turken te maken hadden.

Schilderij uit de 17de eeuw "De Vrijgevigheid van Sint-Maarten" van Anton Van Dijck in de parochiekerk van Zaventem © 

We belichten in eerste instantie het leven, de legenden, de specifieke attributen, de gebruiken bij hun feesten en de verering van zowel Sinterklaas als Sint-Maarten.

Sint-Maarten wordt gevierd. In vele dorpen worden Sint-Maartensvuren aangestoken © 

Zij werden dé kindervrienden bij uitstek en vanaf de romantiek( in de 19de eeuw) door de literatuur en door liedjes en versjes enorm populair.

Sint-Martinus beeld in kerk van Kortrijk © 

Maar wist U dat er meer Sint-Maartenskerken dan Sint-Niklaaskerken zijn in ons land? Dat er verschillende heiligen met de naam Sint-Niklaas waren? Dat Sint-Niklaas van Myra, vermoedelijk overleden op 6 december 342, geschrapt werd van de heiligenkalender? En dat hij als goedheiligeman of ‘goedhuwelijksman’ ook voor verloofden en vrijerspaartjes belangrijk was? Sint-Maarten en Sinterklaas hebben ook vele overeenkomsten.

Muurschildering uit de renaissancetijd. Sint-Martinus die zijn mantel deelt © 

In de 20ste eeuw ontwikkelden zich nieuwe gebruiken, zoals intochten of intredes. Beide heiligen kregen echter door de ‘commerce’ ook concurrentie van een andere, jonge heilige.

Santa Claus, oude prentkaart van Zweden © 

Wie is deze Kerstman of Santa Claus?

Oude wenskaart © 

Wat heeft hij te maken met Nederland en New York en met Coca-Cola? En wie is Sinte-Greef, die in bepaalde streken van Vlaanderen in de lente ook geschenken brengt?

Beeld Santa Claus n.a.v. tijdelijke expo te Rotterdam © P Mc Cartney

Waarom krijgen de kinderen geschenken of lekkers? Hoe oud is het gebruik om een schoen en eten voor het paard te zetten, snoep rond te gooien en te strooien?

De boot van Sinterklaas © 

Sinds wanneer heeft de Sint een paard en een (zwarte) slaaf of knecht en van waar komen deze begeleiders?

Oude prentkaart ivm 6 december © 

Waarom geeft men in Vlaanderen koeken in bepaalde vormen? Hoe oud is amandelbrood of marsepein? Waarom geeft men in Nederland speculoos, chcoladeletters en –munten, pepernoten en taai-taai? Dit alles komt, uitvoerig geïllustreerd, aan bod op de lezing van ca. 1,45 uur.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

De kunst van het Interbellum.

of van de periode van de dolle jaren: Art Déco, thans ‘’in’’ en druk verzameld.

Na de periode van ontberingen, tijdens de Eerste Wereldoorlog en de twintiger jaren, brak een periode aan van manifestaties en tentoonstellingen, van concerten en muziekavonden, en maakte de haute couture, de jazz en de musicall een ware triomftocht… Het vervoer werd verbeterd en gemoderniseerd, de consumptiemaatschappij kende een verdere ontwikkeling, het leven werd gereglementeerd en het recht op vakantie en betaald verlof een nieuwe verworvenheid…

Het toerisme in eigen land ontwikkelde zich, hygiëne en lichaamsontwikkeling naast vorming en ontspanning werden gestimuleerd…

Deze boeiende periode uit de twintigste eeuw was een tijd van tegenstellingen en van spanningen, maakte de opkomst van fascisme en van modernisme mee, streed tegen het gevreesde spook van werkloosheid en faillissementen…

Een historische schets, de evolutie van de toegepaste kunsten, de wereld van de mode en de cosmetica, van charleston en jazz en nog veel meer wordt in deze avondvoordracht behandeld…

Duur van de voordracht : ca. 2 uur.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

Kunst, kitsch en antiek.

"Kunst" en "Kitsch" worden hier uitvoerig behandeld terwijl "Antiek" in mindere mate toegelicht wordt.

Monument W. GEEFS Martelarenplein Brussel

Ontelbaar zijn de citaten over kunst. Zowel wetenschappers als schrijvers, politici en artiesten probeerden de belangrijkste kenmerken te verwoorden. Kunst is verweven met de maatschappij en de mentaliteit van een bepaalde periode.

Religieuze objecten, Scherpenheuvel © 

Sinds de 20ste eeuw kende de kunst echter een spectaculaire evolutie en werd het een object van ‘status’ en belegging.

Detail uit de Art Nouveau wintertuin van het klooster van Onze-Lieve-Vrouw-Waver. Marmeren beeldhouwerken van belangrijke vrouwen uit het Oude Testament Sara & Ruth © 

In tegenstelling tot vroeger bestaat er nu een waaier aan –ismen en is kunst voor velen moeilijk te vatten. Kitsj bestaat al van in de antieke Oudheid. Deze term heeft een negatieve betekenis. Vanaf de 19de eeuw kende kitsj een grote evolutie.

Via voorbeelden, onderlinge gedachtewisselingen en discussie en citaten proberen we meer klaarheid te scheppen in deze ‘complexe’ werelden.

Bronzen vaas in Schaarbeek © 

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

Het kind in de kunst.

In deze lezing staan we stil bij verschillende aspecten.

Pieter De Hooch - Een zorgzame moeder

We maken een vlucht doorheen de geschiedenis van Europa en belichten de methoden gebruikt bij de opvoeding en het onderwijs.

Kinderportret Marie-Anne door Luc De Decker

Schilderij Henri Evenepoel

Madonna en kind door Rogier Van der Weyden

Holbein, portret van de jonge Prins Edward © 

We praten over kleding, juwelen, de aandacht van de wetenschappers voor het kind en de evolutie van het speelgoed.

Illustratie boek "Dog of Flanders" van Ouida-Nello en Patrasche - © Provinciebestuur Antwerpen

Kindertafel van Gustave Van de Woestijne - © Buurenmuseum Ukkel

P. Modersohn, Moeder en Kind © 

  

School Begijnen © 

Het kind is nog steeds inspirerend voor hedendaagse kunstenaars. Muurfresco met Tinny Marlier aan de Koninginnelaan in Brussel © 

Reclame voor melk. Een affiche ontworpen door A. Steinlen, Frankrijk © 

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

Kunst in de Brusselse metro.

Hét openluchtmuseum van hedendaagse kunst avant la lettre.

Sint Katelijne, Toerisme Vlaanderen

In Brussel is het metronetwerk jong in tegenstelling tot andere Europese steden. Ondanks grootse plannen van Leopold II werd de eerste spadesteek gegeven in 1965.

Metrostation Erasmus merkwaardig voor zijn architectuur © MIVB Brussel

Sedert 2006 zijn er 69 stations waarbij in de meeste op wens van Minister Bertrand, de toenmalige minister van Verkeer, Belgische kunst werd geïntegreerd.

Grootste muurschildering in metrostation Vandervelde door Degobert. De Woluwevallei in de verschillende seizoenen © 

De metro moest als publieke ruimte levendig, menselijk en sfeervol zijn.

Wandtapijt van Edmond Dubrunfaut in metrostation Louiza © MIVB Brussel

De kunst kreeg er een plaats in het dagdagelijkse leven van de reizigers en was er dus voor iedereen aanwezig. Voorwaarden werden vastgelegd en het ACVI opgericht.

Pierre Caille, metrostation Kruidtuin © MIVB Brussel

Nu staan er ook langs bovengrondse verkeersaders kunstwerken opgesteld. In deze Brusselse ondergrondse schatkamer vinden we klinkende namen en quasi alle –ismen vertegenwoordigd.

Metrostation Stuyvenbergh. De wereld van koningin Elisabeth door Y. Bosquet © MIVB Brussel

Voor 1979 werden natuurlijk beroemde oudere artiesten mee uitgenodigd. Denken we maar aan Delvaux, Landuyt, Mara, Somville, Alechinsky, Luc Peire, Moeschal en Folon.

Detail metrostation Mérode - Roger Ravel © MIVB Brussel

Na 1980 werd meer aandacht besteed aan foto’s, installaties, conceptuele kunst, glasramen, porseleinobjecten en stripfiguren en kregen ook vrouwelijke artiesten een opdracht . Men vindt er zelfs een heus wandtapijt en een volledig nieuw alfabet! We grasduinen doorheen 80 jaar Belgische en Europese kunstgeschiedenis.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

De vrouw in de kunst, als Muze en als scheppende kunstenares.

Foto van de jonge Camille Claudel, assistente en minnares van beeldhouwer Auguste Rodin © 

Berthe Morisot, een leerlinge van Edouard Manet was een tijdgenote en één van de belangrijkste impressionistische kunstenaressen in Frankrijk.

Boek over Berthe Morisot © 

Monument van de schilder Emiel Claus in Gent bij het Museum van Schone Kunsten - Beeldhouwster Yvonne Serruys © 

Henriette Roner Knip, bekend door haar vele poezenschilderijen aan het werk in haar atelier © 

Foto van Georgia O Keefe, aan het werk © 

(3 sessies, vanaf de middeleeuwen tot nu).

Waarom zijn er, in tegenstelling tot dichteressen en schrijfsters, zo weinig namen van vrouwelijke beeldende kunstenaars bekend? Waren zij er eenvoudig niet of zijn ze in de vergetelheid geraakt?

Zelfportret van de artieste Angelika Kauffmann (18de eeuw) ©

Eeuwenlang werden ze als tweederangswezens bekeken en was een vorming aan de Academie uitgesloten.

Zelfportret B. Morisot © 

Mary Cassatt op bezoek in het Louvre op zoek naar interessant studiewerk - Aquarel van haar leraar Edgar Degas © 

Enkel bemiddelde, bekwame meisjes konden via een privé-opleiding zich in de beeldende kunst verder ontplooien.

atelier van koningin Elizabeth, Laken

Voor de 16de eeuw hebben talloze anonieme kloosterzusters en begijnen miniaturen en o.a. textielkunst gemaakt.

Een besloten hofje, bewijs van artistieke activiteit van kloosterzusters © Stedelijke musea van Mechelen - 16de eeuw

Een uitzondering voor die tijd was de bij naam bekende Duitse abdis, Hildegarde van Bingen, die op vele terreinen actief was.

Hildegarde van Bingen © 

Anguissola Sofonisba, Artemisia Gentelleschi en Mayken Bessemers-Verhulst waren de eerste bij naam bekende artiesten uit de 16de eeuw.

Het schaakspel. Portret van de kinderen S. Aguissola en zelfportret van Sofonisba Aguissola, Italië, 16de eeuw. © 

Aguissola Sofonisba was één van de eerste vrouwelijke schilders en werkte later aan het hof van de Spaanse vorst Filips II. Mayken werd steeds als de echtgenote Coecke en als schoonmoeder van Pieter Bruegel I vermeld.

Frida Kahlo bij haar werk "de twee Frida's" © 

Vrouwen bleven nog lang geciteerd in de hoedanigheid van moeder, levenspartner of schoonmoeder van belangrijke kunstenaars.

Vanaf de 17de eeuw gingen vrouwen zich specialiseren in bepaalde onderwerpen, zoals bloemen en stillevens.

Marthe Donas (Pseudoniem Donasky) in haar atelier in de interbellumtijd © 

Recent boek over Marthe Donas door Kristien Boon - Uitgeverij Kunstboek © 

De impressionisten werden nog op het einde van de 19de eeuw verguisd en uitgelachen, omdat ze vrouwen hadden laten mee tentoonstellen. Vanaf de openstelling van de Academie op het einde van de 19de eeuw voor vrouwen hebben ze steeds een groter aandeel gekregen in het kunstgebeuren.

MANIPURA

Het huidige kunstonderwijs is voor méér dan de helft door meisjes gevolgd. Galerijen en musea zijn vaak door vrouwen geleid.

Portret van Anna Boch in haar atelier door Theo Van Rijsselberghe © 

We maken een vlucht doorheen 1200 jaar kunstgeschiedenis.

1 of meerdere lezingen (verdeeld over bepaalde periodes) zijn mogelijk. Zie ook naar onze rubriek cursussen.

Huis en atelier van Gabriele Münter, lid van 'der Blaue Reiter' en een tijd levensgezellin van W. Kandinsky in Murnau (Beieren). Thans een museum © 

Interieurzicht van een expozaal in een museum te Washington gewijd aan vrouwelijke artiesten © 

Het aantal lezingen kan onderling afgesproken worden afhankelijk van de luisterbereidheid van de toehoorders en de beschikbaarheid van de zaal.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

Het juweel door de eeuwen heen: sieraad, symbool, signaal.

Bewerkte edelsteen. Camee uit de tijd van Keizer Augustus 1ste eeuw na Christus © 

Het juweel door de eeuwen heen

Juwelen waren en zijn nog steeds een symbool van een bepaalde streek of van een volk, van rijkdom en van status.

Een parure. Juwelen van Joséphine de Beauharnais, keizerin van Frankrijk. Uit de Empiretijd © 

Ze kunnen verwijzen naar een belangrijke relatie tussen bepaalde personen of naar een lidmaatschap van een bepaalde organisatie.

Paternoster - Gebedsnoer. De grote heeft een reukbal of "Pommander" © 

Ze worden geschonken of gekocht naar aanleiding van verschillende gebeurtenissen: uiting van liefde, opname in de Kerk, als teken van rouw, …

Rouwjuweel - Haarwerkje © 

Het Drakejuweel, een bewijs van de band tussen de engelse koningin Elisabeth I en Francis Drake © 

  Indische juwelen © 

En zijn een blijk van waardering voor geleverde diensten, insignes van ridderorden, etc...

Voorbeeld van mannenjuweel. Herautenketting Orde van het Gulden Vlies © 

Eeuwenlang waren juwelen een essentieel deel en hulpmiddel van de kledij.

Mannen waren soms nog grotere ijdeltuiten dan vrouwen.

Portret van de Engelse koning Hendrik VIII in huwelijkskledij - 1540. Schilderij Hans Holbein © 

Een antieke dasspeld © 

Recente creaties verwijzen naar de identiteit van de eigenaar.

Oorringen gedragen door Dajakvrouwen uit Borneo © Tropenmuseum

© 

Stilleven - een rariteiten- of curiositeitenkabinet uit de 17de eeuw © 

Victoriaanse chatelaine 1895 © 

Juwelen worden op verschillende plaatsen gedragen, hebben verschillende functies, kregen typische benamingen en zijn gemaakt uit diverse materialen.

  oude prehistorische haarnaalden © 

Mantelspeld of fibula uit Dorestad in Nederland uit de tijd van Karel de Grote © 

 (1)    (2)

(1) Juweel met amuletten © 

(2) Talisman Karel de Grote van Kalief Bagdad 8e eeuw © 

Portret van Keizerin Maria Theresia - Voorbeeld van een corsagejuweel © 

     

Portret Elisabeth I met juwelen ©        Haarjuwelen van Sissi met diamanten © 

Portret van Amalia van Solms, 17de eeuw - Voorbeeld van mouwjuwelen © 

Actueel Belgisch juweel met eigentijdse materialen © 

Uiteraard wordt bij de voordracht ook stilgestaan bij spectaculaire schatvondsten, de kracht van bepaalde stenen, de opleidingscentra, de belangrijkste ornamenten en beroemde en minder bekende, recente ontwerpers.

 (1)         (2)         (3)

(1) Sieraad van oude biljetten - T. de Ruysser

(2) Schat van Schliemann gedragen door Sophia

(3) Schatten uit de 19de eeuw van Heinrich Schliemann en Ur (Antieke Oudheid)

Juwelen van hedendaagse ontwerpers uit België tentoongesteld op de Biënale van Venetië © 

 Papieren armband - Biënale Rijswijk © 

Pareljuwelen van Veerle Van Wilder. In de laatste jaren bekroond met allerlei onderscheidingen © 

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

Het interieur vroeger: de evolutie van de meubelkunst en van de wandbekleding.

©Museum M, Leuven - retrospectieve Rogier Van der Weyden

Interieurzicht Kasteel van Gaasbeek - De oudste vorm van een kast © Kasteel van Gaasbeek

Detail huwelijksportret echtpaar Arnolfini - Jan Van Eyck © 

Zicht op een kasteelkeuken © Kasteelmuseum Gaasbeek

De slaapkamer. Miniatuur Pierpont Library, VS, 1480 © 

De keuken in het huis van Claude Monet te Giverny © 

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

Alexandre Dumas en le "Grand Dictionnaire de la Cuisine".

Lezing of lezing met kleine workshop

Aan tafel met Alexandre Dumas Père

Een activiteit uitgewerkt n.a.v. "de Week van de Smaak in 2008".

Fot van Alexandre Dumas Père © 

Alexandre Dumas Père werd geboren in 1802 in Villers-Cotterêts. Hij had belangrijke voorouders. Zijn adelijke grootvader langs vaders kant had een zwarte slavin uit Santo Domingo gehuwd.

Tekening uit de 19de eeuw van het kasteel van Monte Christo en Alexandre Dumas père in Pont-Marly © 

Zijn vader Thomas Alexandre Dumas Davy de la Pailleterie was groot, zeer sterk en moedig en bracht het op een mum van tijd tot generaal in het leger van Napoléon. Zijn gevangenname en zijn verblijf in Napels maakten van hem een fysisch wrak. Pas in 1806 kon hij naar Frankrijk terugkeren, zijn gezin vervoegen, een adellijke hobby terug uitoefenen (jagen) en urenlang verhalen vertellen aan zijn nog jonge zoon.

Huidig zicht van het paviljoen d'If, een onderdeel van het kasteeldomein van Alexandre Dumas Père in Pont-Marly © 

De grootouders langs moeders kant waren herbergiers en Dumas’ grootmoeder stond in Villers-Cotterêts bekend als een echte keukenprinses. Vooral haar gerecht met schapenvlees en bonen werd echt gesmaakt!

Alexandre Dumas schrijvend en etend, een karrikatuur uit Dumas' tijd © 

De vroege dood van Dumas’ vader zorgde voor financiële problemen. Dumas Père kon de schoolstudies daarom niet afmaken en werd vanaf 13 jaar als hulpje en klerk bij verschillende intellectuelen en adelijke personen tewerkgesteld waaronder de Duc d’Orléans of de latere koning Louis Philippe. Dank zij deze relaties, zijn werkijver en zijn talent werd hij al in 1833, amper 31 jaar oud, een gevierde schrijver. Hij werd de vriend van vele Franse artiesten en auteurs, ging reizen en schreef een zeer omvangrijk oeuvre bij elkaar. Alexandre Dumas Père schreef niet alleen theaterstukken, novellen, romans en reisverhalen maar ook vele historische werken en mémoires.

Karikatuur van Alexandre Dumas père als kok © 

Hij gaf verschillende kranten uit, had een eigen lyrisch theater in Parijs en begon in 1870 aan ‘Le Grand Dictionnaire de la Cuisine’. Het boek kreeg als ondertitels ‘la passion pour la bonne chère et son appétit’, un dictionnaire comme une apothéose, maar bleef onvoltooid door Dumas’ dood. Het werd herwerkt door Anatole France en Leconte de l’Isle en 1 jaar nadien postuum in 1873 uitgegeven. Het is een ware schatkamer van Franse en buitenlandse recepten. Er wordt aandacht besteed aan de verschillende soorten vlees, de kookwijzen en andere technieken, ongevallen in de keuken, de ingrediënten en de apparaten. Het is aangevuld met allerlei literaire uittreksels, degelijke artikels en anekdotes van eigen belevenissen bij reizen. Dumas geeft ook persoonlijke beoordelingen. Zo werd de Spaanse keuken als ‘arm’ omschreven. Verder is er ook informatie over ‘namen’ van gerechten, verwijzend naar de aanwezige gasten en een alfabetische indeling, volgens de verschillende gebruikte elementen. Het boek is nog steeds voor specialisten als voor neofieten een ‘must’. In 1960 werd een kleinere versie op de markt gebracht.

In deze lezing belichten we de persoonlijkheid van Dumas, zijn banden met België en Brussel en de etiquette en de tafelgewoonten van die tijd. Nadien focussen we ons meer op de recepten. Een kleine workshop is mogelijk.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~