Culturama VZW

 Lezingen en cursussen
 Stadswandelingen te Brussel
 Museabezoeken

Museabezoeken

Kijken naar Kunst © Charliermuseum Elsene - Tijdelijke expo gebroeders Oyens

Brussel heeft zowat tachtig musea, gewijd aan de meest uiteenlopende thema’s. Het aanbod in het multiculturele Brussel is natuurlijk veelzijdig. Er zijn musea gewijd aan de geschiedenis van de stad en ons land. Andere collecties zijn gefocust op de evolutie van de beeldende of schone kunsten. Sommige musea zijn gevuld met gebruiksvoorwerpen uit het dagelijkse leven of archeologische objecten ontdekt bij opgravingen. Andere musea zijn gewijd aan aloude tradities en folklore, kunstenaars en schrijvers die hun stempel hebben gedrukt op een bepaalde periode, technieken en wetenschappen of Brusselse specialiteiten.

In Brussel is er ook sinds 1995 een museumraad actief. Elk najaar tussen einde september en einde december worden de ‘nocturnes van de Brusselse Musea’ georganiseerd. Door de Brusselse museumraad werd ook in samenwerking met de MIVB een Brussels Card uitgedacht en een museumplan uitgegeven. Meer info via www.brusselsmuseums.be

Ontdek met ons deze rijke schatkamers verspreid in het Brusselse Gewest. Voor alle concrete informatie zoals onder andere openingsuren en toegangsprijzen verwijzen we naar de museumgids van Vlaanderen en Brussel uitgegeven door Openbaar Kunstbezit. Dit boek kost voor abonnees van OKV 6,- en voor niet-abonnees 10 euro. Het telt 352 pagina’s. U kunt ook de website www. tento.be raadplegen (website van OKV) of telefoneren naar OKV : 09/ 269 58 30.

Museabezoeken als leerrijke kennismaking / aanvulling van een cursus, lezingenreeks of voordracht en als opvulling van een dagprogramma.

Maximum aantal deelnemers per gids: 15/16.

Diverse musea, BOZAR te Brussel. Professionele begeleiding door meertalige kunsthistorici. Inleidende lezingen zijn mogelijk, zelfs aan te raden (voor details zie rubriek "Lezingen"). Begeleidingen op tijdelijke tentoonstellingen in Bozar is mogelijk mits onderling overleg.

Prijs rondleiding afhankelijk van de duur van de begeleiding.

KEUZE MOGELIJKHEDEN

Het Hortamuseum

Het Van Buurenmuseum (Zie rubriek Stadswandelingen - Art Déco)

Het museum voor Oude en/ of Moderne Kunst

Het museum van Elsene

Het Broodhuis of het historisch museum van de stad Brussel

Het Erasmushuis en het Begijnhof  (zie rubriek stadswandelingen - Anderlecht, een oord van devotie en humanisme)

Het Charliermuseum

Archeologische site Coudenberg

René Magritte Museum  (zie rubriek stadswandelingen - In de voetsporen van René Magritte)

Cauchiehuis te Etterbeek, privémuseum

Constantin Meunier museum

Het Wiertzmuseum

Het Chocolademuseummuseum

Kunstenaarsateliers

     De Mommenateliers

     Relaties tussen kunstenaars en schrijvers

Musea buiten Brussel

     Het Bruegelopenluchtmuseum in Dilbeek

     Het Felix de Boeckmuseum in Drogenbos

 

<terug naar boven>

 

Het Hortamuseum

Te Sint-Gillis als Art-Nouveau-museum ingericht. In de week en het week-end enkel vóór 14u00 en na 17u30.

Uit voorzorg is wegens de problematiek van copyright geen afbeelding van deze realisatie van Horta aanwezig

Foto gevelplaat van het Hortamuseum te Sint-Gillis © 

Het Hortahuis en atelier werd als één der eerste gebouwen uit de Art Nouveau periode beschermd. Het werd in verschillende fasen gerestaureerd en aangepast aan de grote toeloop van geïnteresseerde toeristen. Thans is het Unesco-werelderfgoed.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

Het Van Buurenmuseum

Te Ukkel: een merkwaardig Art-Déco interieur en een bijzondere collectie van kunstwerken (oude en moderne meesters) gebouwd in een prachtige residentiële buurt met een grote tuin en een heus labyrinth door J. Buyssens en R. Péchère.

Zicht op het Art Déco meubilair van het salon beneden © OPT & Van Buurenmuseum

Detail hartentuin - © Fotograaf Michel de Bray

© Fotograaf Michel de Bray

© Fotograaf Michel de Bray

Portret van David van Buuren geschilderd door zijn vriend Gustave Van de Woestijne. David was de grootste privéverzamelaar van werken van deze schilder © Van Buurenmuseum Ukkel

Speciale tarieven tijdens het weekend en voor avondbezoeken.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

Het Museum voor Oude en/ of Moderne Kunst

De Koninklijke Musea zijn één van de oudste musea van ons land. In beide afdelingen zijn er méér dan 1000 kunstwerken tentoongesteld. De oude kunst is ondergebracht in een spectaculair gebouw ontworpen door Alphonse Balat. Het museum voor Moderne Kunst werd in de ondergrond gebouwd en strekt zich uit langsheen het Koningsplein. Hier wordt de evolutie van de beeldende kunsten belicht vanaf 1900. Sinds juni 2009 is er ook een derde afdeling te bezoeken. Het Magrittemuseum bevindt zich aan het Koningsplein en groeide tot één van de meest bezochte musea van ons land. Rondleidingen worden hier door eigen gidsen van de KMSK verzorgd. We vertrekken er bij voorkeur met onze Magrittewandeling (zie rubriek Stadswandelingen - In de voetsporen van René Magritte).

Te Brussel : vanaf de Vlaamse Primitieven tot de Belgische kunst der zeventiger jaren ( Raveel, Lohaus, Jan Fabre…)

Zicht op het Museum van Moderne Kunst aan het Museumplein © Toerisme Vlaanderen

Detail Sint-Annatriptiek Quinten Metsijs © KMSK Brussel

© Toerisme Vlaanderen

Algemeen zicht Museum Moderne Kunsten © 

Adam en Eva van de Duitse renaissanceschilder Lucas Cranach © KMSK

Jan Fijt - Stilleven met champignons© KMSK

De goede herder - Pieter Bruegel II. Uit de schenking van de familie Heulens-Vandermeiren © KMSK

Detail van de Meester van Zierikzee - Johanna van Castilië, moeder van Keizer Karel in de tuin van het Hertooglijk Paleis met zicht op de oude stadsmuur © KMSK

Meisje met dode vogel - 16de eeuw © KMSK

Bretoense Calvarie of groene Christus van Paul Gauguin, vader van de moderne kunst © KMSK

Salvador Dali - De bekoring van Sint-Antonius © KMSK

Greco - Badende vrouw. Beeld in de Museumtuin bij de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten © KMSK

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

Het museum van Elsene

Museumhall (verbouwde feestzaal) - © Georges Strens

Dit museum dat niet ver van het gemeentehuis aan het F. Coqplein ligt, is het alleroudste gemeentelijke museum van Brussel. Het werd opgericht in 1892 dank zij een legaat van de schilder De Pratere.

Hooimijten van W. Finch (legaat Maus) © Gemeentelijk museum van Elsene

Nadien is de collectie steeds verder uitgebreid door diverse legaten van o.a. Maus, Max Janlet, F. Toussaint, Trudy Bos, Aline Bara en door vele aankopen. Ondergebracht in een verbouwd slachthuis kreeg het museum al in 1893 een eerste uitbreiding met een feestzaal ontworpen door architect Ernest Delune.

Het gemeentelijk museum van Elsene bezit één der rijkste affichecollecties van de Franse kunstenaar Toulouse-Lautrec © Gemeentelijk Museum Elsene

In 1994 werd het museum opnieuw grondig aangepakt en gerenoveerd. Het beschikt nu dank zij o.a. het aanzienlijke mecenaat van de bank JP Morgan over een uitbreiding van méér dan 1000 vierkante meter. In het buitenland werd dit museum vooral bekend door tijdelijke tentoonstellingen en door de op 1 na grootste verzameling affiches van Toulouse-Lautrec. U vindt er zowel werken van oude als moderne meesters waarbij vooral bepaalde stijlen zoals het realisme, symbolisme, impressionisme, expressionisme, abstracte kunst, surrealisme en Cobra zeer goed vertegenwoordigd zijn.

Christus bedaart de sorm door James Ensor. Eén der aanwinsten, tijdelijke expo 2010 © Gemeentelijk Museum van Elsene

Denken we maar aan Fernand Khnopff, Spilliaert, Laermans, Rik Wouters, Ferdinand Schirren, Picasso, Gust De Smet, Magritte of Max Ernst… of aan Bram Bogaert, Lismonde, Vasarely, Bram Bogart en Luc Hoenraet…

In totaal bezit het museum nu 13.000 items. Een begeleid bezoek aan dit museum duurt ca. 2 uur. De ingang bevindt zich in de Jean van Volsemstraat 71.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

Het Broodhuis of het historisch museum van de stad Brussel

Op deze locatie en aanpalend aan de ‘Niedermerct’ stonden er eerst drie houten hallen. Deze Hertooglijke hallen werden gebruikt als verkoopplaatsen voor brood, vlees en laken. Later werd het complex in steen herbouwd en als eigendom van de lokale vorst vooral administratief gebruikt. Daardoor kwam vanaf de 16de eeuw ook de andere naam van ‘S Coninkxhuys’ in voege.

Detail van het brussels retabel Saluzzo op de benedenverdieping van het museum © Stedelijke Musea Brussel

In 1860 werd het vervallen complex tenslotte eigendom van de stad Brussel en gerestaureerd en verbouwd door architect Jamaer.

De huwelijksstoet - De Bruegeldynastie aan het werk - Inspiratie van vade Pieter Bruegel I © Stedelijke Musea van Brussel

Burgemeester Karel Buls liet het als historisch museum verder aanpassen.

De roem van Brussel, één van de 4 wandtapijten uit de reeks 'De legende van Onze-Lieve-Vrouw van de Zavel' uit de 16de eeuw ontworpen door hofschilder B. Van Orley © Stedelijke Musea Brussel

Verspreid over drie verdiepingen zijn er nu zowel de groei en de ontwikkeling van de stad Brussel als de hoogstaande en internationaal bekende kunstambachten (wandtapijten, retabels, zilverwerk en porselein) belicht.

Verplicht stadsmerk van Brussel, een soort kwaliteitslabel voor polychromie en vergulding op retabels en beeldhouwwerken © 

Maar ook de Brusselse beeldhouwers, het leven van de Brusselaars, de nog steeds levende folklore en de zeer grote garderobe van Manneke Pis met méér dan 700 kostuumpjes en accessoires, zijn er niet vergeten.

Manneke Pis als Gilles © Stedelijke Musea van Brussel

Een begeleid bezoek duurt ca. 2 uur. De ingang bevindt zich aan de Grote Markt, tegenover het stadhuis.

©Museum M, Leuven - retrospectieve Rogier Van der Weyden

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

Het Erasmushuis en het Begijnhof

© 

Museum van Folklore in Anderlecht.

Het Erasmushuis werd gebouwd in 1450 en uitgebreid in de zestiende eeuw. Erasmus heeft er in 1520 de gelukkigste tijd van zijn leven doorgebracht en schreef er talloze brieven.

Interieur Erasmushuis © 

Het gerestaureerde complex werd als Erasmusmuseum geopend in 1932 en heeft een rijke collectie van antieke meubelen uit de 16de en de 17de eeuw, schilderijen, gravures en koperen voorwerpen. Blikvanger is o.a. een triptiek, afkomstig van de Anderlechtse parochiekerk, toegeschreven aan Jeroen Bosch. Uiteraard zijn er in dit museum ook vele boeken en manuscripten door Erasmus geschreven. Er is ook een bibliotheek en een tuin aanwezig.

Afgietsel van de schedel van Erasmus (opgegraven in Bazel) © 

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

Het Charliermuseum

Oorspronkelijk was het Charliermuseum de privéwoning van de rijke Henri Van Cutsem.

Gevel van het Charliermuseum aan de Kunstlaan © Charliermuseum Sint-Joost-Ten-Noode

Hij had dit huis geërfd van zijn moeder en laten verder uitbreiden door de toen nog niet zo bekende architect Victor Horta.

Gelijkvloers - Ingreep Victor Horta © Charliermuseum Sint-Joost-Ten-Node

Van Cutsem was, zoals zijn voorouders, geboeid door literatuur, muziek en beeldende kunsten en startte in 1874, na de dood van zijn vader, met de uitbouw van een eclectische kunstverzameling.

De kunstverzamelaar Henry Van Cutsem in het atelier van sgraffittoschilder Van Dievoet te Elsene © 

Getroffen door allerlei verliezen (zijn broer, zoontje en zijn echtgenote Laure) werd hij ook zeer sociaal bewogen en ontpopte hij zich als een belangrijke mecenas voor vele kunstenaars.

Beeldenhall in het Stedelijke Museum van Schone Kunsten van Doornik met creaties van Guillaume Charlier © 

De nog quasi onbekende Brusselse beeldhouwer Guillaume Charlier werd één van zijn belangrijkste vrienden. Hij mocht na zijn huwelijk dit huis als woning en atelier gebruiken en werd bij het overlijden van zijn vriend de definitieve eigenaar. Charlier groeide er uit tot één van de belangrijkste realistische beeldhouwers en zette de passie van zijn vriend verder. Bij zijn dood in februari 1925 werden zowel de woning als de kunstcollectie eigendom van de gemeente Sint-Joost-ten-Node.

De muziekkamer op het gelijkvloers, nu een schilderijengalerij © Charliermuseum Sint-Joost-Ten-Noode

En zo werd dit gemeentelijke museum in 1928 toegankelijk. U kunt er alle weekdagen, in de namiddag, terecht. De 19de eeuwse Belgische schilderkunst is er zeer goed vertegenwoordigd. Denken we maar aan schilders zoals Pantazis en Vogels, Courtens en Boulenger, Oleffe en Ensor, Laermans en Smits of aan het echtpaar Rodolphe en Juliette Wytsman en aan Anna Boch.

Natuurlijk zijn er ook vele beeldhouwwerken. In eerste instantie van Charlier zelf, daarnaast van de andere lokale beeldhouwer, van Emile Namur en van de tijdgenoot van Charlier, van Rik Wouters.

In het buitenland werd het museum ook bekend door de collectie van Brusselse, Oudenaardse en Franse wandtapijten en de aanwezigheid van een heuse "Chinese" kamer, met muurpanelen, kamerschermen en 10 bijhorende meubelen! In de vele kamers zijn er ook allerlei antieke meubelen van verschillende stijlperioden, zilveren voorwerpen, Oosters porselein en ceramiek.

Een begeleid bezoek duurt ca. 2 uur. Het bezoek kan gecombineerd worden met een kleine wandeling tot de nabije beschermde Mommenateliers in de Weldadigheidsstraat.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

Archeologische site Coudenberg

Het paleis van de hertogen en van Keizer Karel is sedert maart 2009 terug toegankelijk.

© Coudenbergsite

Een bezoek aan deze site duurt circa 2 uur.

Copyright Coudenbergsite

Ingangsprijs : 6€

Copyright Coudenbergsite

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

René Magritte Museum

Woning van René Magritte te Jette: een privé-initiatief van de heer Garitte. Van woensdag tot zondagnamiddag.

© vzw René Magritte Museum

© vzw René Magritte Museum

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

Cauchiehuis te Etterbeek

Het Cauchiehuis te Etterbeek, een privémuseum.

Het Cauchiehuis © Cauchiehuis Etterbeek

Paul Cauchie was zowel architect als schilder en ontwerper.

Woning en atelier werden gebouwd in 1904.

Salon of zithoek van het Cauchiehuis © Cauchiehuis Etterbeek

Het complex is één van de voorbeelden van uitgezuiverde Art Nouveau en werd door de familie Dessicy van de afbraak gered.

Sgraffito van Paul Cauchie, Vrouw en duiven. In de gang van het Cauchiehuis © Cauchiehuis Etterbeek

Dit museum wordt nog steeds door privé- personen en een stichting behartigd.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

Constantin Meunier museum

Buitenzicht Constantin Meuniermuseum, Abdijstraat 59 © Dienst Monumenten en Landschappen van het Brussels Gewest

Constantin Meunier: de 2-koppige reus van het Belgische Realisme, Constant aan het werk

Interieurzicht van het museum © OPT

 

‘Lieve Theo,

Meunier is in al zijn werken ver superieur aan mij. In Brussel heb ik van hem op een tentoonstelling tekeningen gezien. In feite heeft hij daar van alle Belgische artiesten alleen mij sterk getroffen. Hij schilderde ook de sleepsters van de Borinage en de stoet, op weg naar de mijn en de fabrieken. Zijn werken zijn zeer gedistingeerd wat betreft de kleur en de behandeling. Hij schilderde allemaal die dingen waarvan ik altijd gedroomd heb dat ik ze zou kunnen maken…’

Brieven van Vincent Van Gogh aan zijn broer Théo, Saint-Remy-de Provence, 1889.

Het jaar 2005 staat niet alleen in het teken van de viering van onze Belgische onafhankelijkheid maar is ook een belangrijk herdenkingsjaar. Precies 100 jaar geleden in 1905 rouwde onze natie n.a.v. het overlijden van Constantin Meunier, één van onze grootste kunstenaars.

Een jeugd getekend door een zwakke gezondheid en armoede maar ook door een gelukkig toeval.

Het leven van mensen wordt vaak beheerst door een grillige speling van het lot en door een samenloop van omstandigheden. Meunier zag het levenslicht in 1831 te Etterbeek, als 2de maar ook jongste zoon van een bestolen belastingsontvanger en een erfgename van een geruïneerd maar vroeger belangrijk koetsenatelier. Zijn vader kon de diefstal, hem tijdens de rumoerige revolutiedagen van 1830 overkomen en de oneer niet verwerken. In 1832 werd Constantin op de leeftijd van amper 1 jaar wees en zou zijn jeugd door armoede verder overheerst worden. De jongen is zwak, vaak ziek, doodernstig en blijkt een slechte leerling van het atheneum te zijn. Men overweegt voorde 15-jarige Constantin een opleiding als meubelmaker of schrijnwerker. Moeder Meunier weet zich met haar 6 kinderen gelukkig wat uit de slag te trekken door het verhuren van eenBrusselse woning als artiestenwoning. Zo komt de familie in contact met de Italiaanse graveur Calamatta, door onze Belgische regering aangeduid om het kunstonderricht aan de Brusselse Academie te vernieuwen. Zowel de 26jarige oudere broer Jean-Baptiste als de 10 jaar jongere Constantin beginnen zich te interesseren in boetseer-, graveer- en tekenkunst. Vanaf 1847 zijn ze ingeschreven als leerlingen van de Brusselse Academie. De talentrijke Constantin wordt er door niemand minder dan beeldhouwer Charles Fraikin opgemerkt en als atelierhulpje en leerling in zijn privé-atelier ook aangenomen. Een baantje dat hij tot in 1851 nederig zou uitoefenen…

 

Een nieuwe passie die 30 jaar duurt: de schilderkunts-De tijd van de romantiek.

Was de traditionele stijl van leermeester Fraikin niet bevredigend of deden zijn ernstig karakter en het grote respect voor zijn oudere, mee inwonende broer Meunier de stap zetten naar een nieuwe uitdaging? Waren dit de factoren die hem ertoe hebben aangezet het schilderen als belangrijke synthesekunst onder de knie krijgen? Constantin volgt 3 jaar les

op 2 plaatsen: in het vrije Sint-Lucas-atelier en in het atelier van Joseph-François Navez, directeur van de Brusselse Academie en een oud-leerling van de Franse neoclassicistische kunstenaar J.L. David. Met medeleerlingen worden ook vriendschappen voor het leven gesloten ( Charles de Groux, Xavier Mellery, Lucien Dubois, Félicien Rops).

Meunier stelt met hen tentoon bij de ‘Société des Beaux Arts’, een artiestenvereniging die men stilaan de belangrijkste cel van het Belgische realisme mag noemen. Een reeks nieuwe thema’s worden vanaf nu uitgebeeld, die perfect passen in de nieuwe kunststroming van de 19de eeuw, de ‘romantiek’: religieuze taferelen, de dood, het waardige lijden van de mens, de natuur en zijn krachten, historische gebeurtenissen, de plaats en de kracht van de mens in de maatschappij… samengevat met de term ‘genrestukken’.

In een jonge natie zoals ons België wordt de kunst aanzien als een lerend en belerend instrument, een middel om een belangrijke boodschap te vertellen en een zekere fierheid of vaderlandsliefde te doen ontstaan! Meunier raakt geïnteresseerd in het schouwende leven van kloosterlingen, zoals dat van de Trappisten van Westmalle en ook geboeid door hun bezigheden of hun fraaie pijen met sierlijke plooienval. Uiteindelijk kiest hij in 1862 voor een normaal gezinsleven en huwt hij met een Franse pianiste, Léocadie Gorneaux. Portretten en familiegebeurtenissen zorgen vanaf dat moment voor een grotere verscheidenheid in zijn oeuvre. In 1870 mag hij, na het voltooien van de Kruisweg voor de kerk van Sint-Pieters-Kapelle een belangrijk historisch werk verkopen aan de staat. Dit werk, met als titel ‘ de brand van Turnhout’, is thans opgenomen in de collectie van het Meuniermuseum te Elsene.

"Kerk Sint-Pieters-Kapelle. Monumentale kruisweg Constantin Meunier"

De kruisweg van Sint-Pieters-Kapelle.

Vanaf 1862 zijn heel wat religieuze taferelen geschilderd op bestelling. In de kerken van Xhendelesse en Ceroux-Mousty zijn nog steeds ‘een Sint-Franciscus in gebed verzonken’ en een ‘Graflegging’ te zien. In Herne zal de diepvrome, doordrijvende en nieuwe

parochieherder Domnique André, ontgoocheld over de weinig interessante en beschadigde kruisweg en inspelend op de mystieke heropleving van zijn tijd de nodige stappen zetten om een reeks van 14 kruiswegstaties te verwerven.

Een kruisweg, treffend geschilderd door een actueel en verdienstelijk artiest, wakkert niet alleen dé devotie van de parochianen aan voor het lijden en de dood van Christus maar maakt van de Sint-Pieterskerk van Herne een ‘geestelijke bedevaartplaats’ en een interessante en toeristische trekpleister.Bewaard gebleven brieven in de archieven, geschreven tussen 25 oktober 1866 en 8 februari 1870 geven allerlei interessante informatie. De sinds 1861 actieve pastoor slaagt erin een lokale geldinzameling te organiseren en een aanvullende staatssubsidie

te verwerven; in totaal wordt een geldsom van 10.000 frank samengesteld. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken, op dat moment ook bevoegd voor de sector schone kunsten, heeft, mits de goedkeuring van de pastoor, de opdracht gegeven aan toenmalige, mest verdienstelijke artiest. Deze kunstenaar is op de zopas beëindigde ‘Algemene Tentoonstelling van Schone Kunsten (of ‘Exposition Générale des Beaux Arts’ ) van de herfst van 1866 onderscheiden. Het is …Constantin Meunier, een veelzijdig kunstenaar en een jonge vader van een kroostrijk gezin!

Over de levering en de inwijding van de kruisweg zijn er geen geschreven bewijzen;

vermoedelijk gebeurde dit alles in de eerste weken van februari 1870. De kruiswegstaties belichamen dé typische stijl van Meunier: serene, beheerste en ernstige figuren, gevat in krachtige lijnen en een eenvoudige, sobere compositie waarin diagonalen of een afwisseling tussen zittende, geknielde en staande personages en een licht-donker-kontrast primeren. Composities met weinig of geen details en een beperkt kleurenpalet, zonder sentimentele

theatraliteit en met een ingetogen dramatiek! Geen benedenmaats werk dus van Meunier maar een waardevol ensemble, dat ook de kosten van meerdere restauraties (in 1925 en 1957) en financiële offers (herstellingen van de kerk, plaatsing van een moderne lichtinstallatie) of inspanningen van de pastoors De Pessemier en Verhaeghe rechtvaardigden!

 

 

Een nieuwe levenswending: een reis naar Spanje en aandacht voor de Belgische industrieën en de arbeiders.

Het toeval zal in 1878 opnieuw een rol spelen in zijn leven en zijn verdere evolutie bepalen.

‘Het toeval leidt mij naar het land der steenkoolmijnen, het land van de industrie. Ik word er getroffen door de tragische en verbeten schoonheid. In mij voel ik de openbaring van een te scheppen kunstwerk. ‘

België is een der meest geïndustrialiseerde landen van Europa en door de inspanningen van verschillende régimes voorzien van een belangrijk kanalen- en spoorwegennet. De steenkoolmijnen in Wallonië verschaffen werk, ook aan Vlamingen en inwoners van het Pajottenland. Een verblijf bij de zoon van zijn vriend De Groux doet hem de metaalfabrieken van Regissa, de kristalfabrieken van Val-Saint-Lambert en de Cockerillcomplexen in Seraing

ontdekken Impressies van de wereld in en rond de fabriek worden tentoongesteld in Gent en Parijs vanaf 1880. Camille Lemonnier vraagt hem mee te werken als illustrator aan het nieuwe boek ‘La Belgique’. Samen met Xavier Mellery wordt in 1881 de Henegouwse mijnstreek doorkamd en tientallen schetsen en tekeningen gemaakt. Een jaar later zal de Franse schilder Maximilien Luce, geboeid door de werkende mens en de industrie, hun

voetsporen volgen. Hetzelfde jaar geeft de Belgische staat Meunier de kans 6 maand te verblijven in Spanje, met de opdracht een ‘Kruisafname’ van Pedro (de) Campana of Peter de Kempeneer te copiëren. Petrus de Kempeneer was een uitgeweken Vlaams schilder en had in de 16de eeuw in Spanje een belangrijke carrière uitgebouwd! Meunier zal er 6 maand verblijven en met volle teugen genieten van het licht en de kleurenpracht. Niet alleen het leven op straat, de processies en de religieuze plechtigheden in de kerk maar ook de noeste arbeid in de tabaksfabrieken inspireren de artiest, waarbij rijke kleuren, lichteffecten en een lossere, meer nerveuze toets overwegen. Meunier heeft nu als 50-jarige de volle, artistieke rijpheid bereikt Hij borstelt grote en documentaire doeken en groeit uit tot de belangrijkste vertegenwoordiger van een nieuwe stijl: het realisme.

 

Het einde van de dualiteit- tijd van noeste arbeid, roem en erkenningen.

Na het verblijf in Spanje, dus vanaf 1883 of 1884, ervaart Meunier de behoefte om opnieuw te boetseren en te beeldhouwen. Vanaf dit moment worden beelden gemodelleerd en zullen schilderijen als aanvulling fungeren. In brons worden de waardige arbeiders en arbeidsters als

monumentale helden van een nieuwe, moderne maatschappij raak uitgebeeld. Daarnaast stellen schilderijen, aquarellen of andere grafische werken vooral hun leef- en werkomgeving voor. Of om het zoals Menier te verwoorden: ‘Er zijn, zo te zeggen, 2 levens in mijn leven. Een eerste, waarin de beeldhouwer de schilder opvolgt, en een tweede waarin ze samengaan en elkaar bevestigen’. Vanaf 1885 stelt Meunier regelmatig beeldhouwwerken tentoon: in Antwerpen, in Gent en in Brussel, bij de ‘XX’ en later bij de ‘Libre Esthétique’. Buitenlandse exposities, zoals het Salon van Parijs, de tentoonstelling in de galerij ‘Art Nouveau’ bij kunsthandelaar Samuel Bing of –door toedoen van zijn vriend, de architect en ontwerper Henry Van de Velde- in Dresden en Berlijn- maken Meunier de gelijke van de schilder Millet of de beeldhouwer Rodin. Eminente kunstcritici uit binnen- en buitenland zoals Max Waller, Edmond Picard en Octave Mirbeau zijn vol lof over ‘ de weergave van industriële types, die een nieuwe kunst inluiden en de luisterrijke weergave zijn van leven, tijdperk en een sociaal milieu’. Meunier wordt vergeleken met grote meesters uit de Franse kunst, met Millet en Rodin. Maar ook dramatische gebeurtenissen laten hem niet koud: betogingen en opstanden of de mijnramp van Quaregnon,in maart 1887, waarbij 113 mijnwerkers om het leven komen. ‘Grauwvuur’ en het ‘mijnwerkerspaard’ zijn als gevolg daarvan zijn meest expressieve werken. Niet toevallig behoren vele van zijn vrienden en kennissen tot de nieuwe partij van de ‘Belgische Werklieden’ , voorloper van de socialistische partij, opgericht in 1885.

In 1887 valt Meunier ook een eerste erkenning te beurt Hij krijgt een vaste job waar hij al lang had naar uitgekeken, als leraar schilderen aan de Leuvense Academie voor Schone Kunsten. Hij blijft er 9 jaar les geven en onverpoosd werken, schept in het atelier-amfitheater aan de Minderbroedersstraat talloze meesterwerken en laat er de gedachte rijpen om zijn vele, grote werken in de vorm van een ‘epische eenheid’ te vereeuwigen, in de vorm van een ‘Monument voor de Arbeid’. Meunier wordt een vriend van Franse impressionisten zoals Signac, Pissarro en Edmond Cross en mag beelden leveren in Duitsland. In 1893 wordt hij ingeschakeld in de verfraaiingscampagne van de Brusselse Kruidtuin. Ook in andere parken, steden en musea vinden beelden van Meunier stilaan een eervolle plaats. Maar het ongeluk bleef hem niet gespaard: in 1894 verliest Meunier 2 van zijn 5 kinderen, waaronder zoon Karl, die de voetsporen van de vader was ingeslagen. In 1898 reist Meunier naar London en geraakt hij ook gefascineerd door reusachtige constructies,die het leven van de mensheid lijken te overheersen, zoals de brug over de Thames. Dank zij de materiële welstand kan hij in

1895 een grondstuk verwerven op het grondgebied van Elsene, vlak bij het Ter Kamerenbos en de Louizalaan en in de nabijheid wonen van zijn vrienden Isidoor Verheyden en Theo Van Rijsselberghe. Meunier wordr ridder in de Leopoldsorde. Het tweede leven van Meunier eindigt op 4 april 1905, terwijl hij nog druk bezig was aan de uitwerking van 2 monumenten, 1 ter ere van de Franse auteur Emile Zola en het andere gewijd aan ‘de arbeid’. Beide monumenten zijn nooit voltooid geraakt.

 

Een museum, een monument aan het Brusselse Kanaal, retrospectieves en onderscheidingen na de dood.

Meuniers dochter Charlotte wordt de erfgename van het huis en het atelier in de Abdijstraat 59, waarvan als vermoedelijke ontwerper de architect en vriend Henry Van de Velde werd vooropgesteld. Zowel de woning als de collectie van méér dan 690 kunstwerken (schilderijen, tekeningen, pastels, houtskoolschetsen, beeldhouwwerken, bozetti…) zijn in 1936 eigendom geworden van de Belgische staat. De plechtige inwijding als onderafdeling van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten heeft plaats in 1939. Een herschikking van de werken in 1986 zorgt voor een evenwichtige verspreiding van Meuniers werken, zowel in de afdeling van de 19de eeuw van het Koninklijk Museum in de Regentschapstraat als in het Meuniermuseum. Meuniers episch levenswerk, het Monument voor de Arbeid, zou jarenlang op tegenkanting stuiten wegens de interesse van onze toenmalige koning Leopold II. Pas in 1929 werd een vereniging opgericht en een wedstrijd uitgeschreven; het monument kreeg een plaats aan het Jules de Troozplantsoen in 1930 maar moest definitief verhuizen naar de Lakense Jachtenkaai, aan het Kanaal. Thans is het, na een grondige restauratie, door prikkeldraad omgeven om gevrijwaard te blijven van vandalisme. Een eerste retrospectieve te Leuven in 1909 brengt van Meunier een 620 werken bij elkaar. De Oostbloklanden ontdekken Meunier en hemelen het ‘socialistisch waardig realisme’ op; China geraakt in de ban van de meester in 1987! De werken van Meunier zijn ook afgebeeld geworden op munten en bankbiljetten.Jarenlang heeft het hoofd van de mijnwerker met lederen helm en lamp het koperen geldstuk van 0,50 bef versierd, ontworpen door Marcel Rau. Een reis langsheen beroemde gebouwen, openluchtmusea en parken in België kan al volstaan om Meuniers veelzijdigheid te ontdekken: de hoofdingang van de Brusselse Kapellekerk, het stadhuis en de Sint-Jozefskerk van Leuven, Kortrijk, de plantsoenen bij het stadhuis van Antwerpen en in de Noord-Oostwijk, het Jubelpark, Middelheim… En ook in Waalse musea en het buitenland zijn werken nog steeds te bewonderen: Mariemont, Luik, Charleroi, Dresden, Frankfurt-am-Main, Jena, Kopenhagen…

Niet alleen in 1949 werd de kunstenaar geselecteerd voor een boekbespreking in ‘Les grands Belges’, maar ook in het recente verleden werd hij in de reeks van ‘beste en meest beroemde Belgen’ opgenomen en in het Ministeriegebouw van Arbeid draagt een van de vergaderzalen zijn naam. Een terecht eerbetoon voor een nederig maar groot kunstenaar die van zichzelf het volgende zei:

‘ Ik wil slechts aanspraak maken op een goed gevulde loopbaan van een goede ambachtsman, gekenmerkt door eerlijkheid en waarin ik ook mijn ganse hart heb gelegd’.

 

Steller: Machteld de Schrijver, licentiate Archeologie en Kunstgeschiedenis, docente COOVI

Afdeling ‘Toeristische Gidsen’

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

Het Wiertzmuseum

Antoine Wiertz was één van onze belangrijkste, romantische schilders. De Belgische staat bouwde voor hem een huis en een atelier in de Leopoldswijk.

Binnenzicht van het Wiertzmuseum één van de weinig bewaard gebleven kunstenaarateliers in Brussel en een onderafdeling van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten © KMSK

De ongehuwde en kinderloze kunstenaar gaf zijn collectie aan ons land. Onze schrijver Henry Conscience werd er de eerste conservator. Het Wiertzmuseum is al méér dan 135 jaar te bezoeken en is een onderafdeling van de KMSK.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

Het Chocolademuseum

Het museum werd opgericht door Jo Draps, dochter van één van de gebroeders Draps die de oprichters van Godiva waren in de jaren 1930. De gebroeders Draps wilden prestigechocolade maken en dit in de plaats van het reeds bestaande familiaal chocoladebedrijfje Draps opgericht door hun vader in 1920.

Het Chocolademuseum, Gulden Hoofdstraat © 

Het chocolademuseum werd geopend op 1 juli 1998 en wordt nu vanaf einde 2007 behartigd door Peggy Van Lierde, dochter van Jo Draps. Het chocolademuseum ligt vlakbij het Brusselse stadhuis in de Gulden Hoofdstraat en het huis van de ‘ Maîtres Chocolatiers belges’. Verspreid over 3 verdiepingen en sinds oktober 2005 ondergebracht in het 17de eeuwse en gerestaureerde huis “de Valk”, maakt U alle etappes mee vanaf de groei van de exotische cacaoboom tot het oogsten, sorteren, transporteren en bewerken van de cacaobonen. Deze reis rond de wereld en doorheen de tijd werd mogelijk via panelen, kaarten, grafieken, affiches, foto’s, video’s, oude vormen en machines. Op de hoogste verdieping zijn er ook waardevolle, antieke objecten in zilver en porselein tentoongesteld. Jo Draps deed mee aan modeshows en aan sculpturenwedstrijden. Haar modecreaties in chocolade zijn dus ook verspreid in het museum. Bij dit bezoek wordt U niet alleen wegwijs gemaakt in de méér dan 4000 jaar oude productiegeschiedenis van het ‘zwarte goud’ maar wordt U ook op proevertjes en een heuse demonstratie van pralinemaken vergast.

Zie ook onze rubrieken:

- Stadswandelingen - Hapjestocht door hartje Brussel

- Lezingen - Chocolade, het Zwarte Goud

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

De Mommenateliers

Een unieke site in Brussel

Vlakbij het Rijksadministratief Centrum, de Madoutoren, het Charliermuseum en de Europese wijk bevindt zicht het oudste en tevens laatst bewaard gebleven 19de-eeuwse kunstenaarsdorp in Brussel. Deze ateliers : werden destijds in Sint-Joost-ten-Node opgericht door kunstmecenas Félix Mommen. Het voortbestaan van dit stukje cultureel erfgoed wordt vandaag helaas ernstig bedreigd: de zogenaamde “gentrification” speelt hierbij een belangrijke rol! Meer bepaald een veranderingsmechanisme waarmee een stad, een buurt of een plek haar sociale standing verhoogt en woonplaatsen laat innemen door kapitaalskrachtigere inwijkelingen.

Mommenateliers, Liefdadigheidsstraat te Sint-Joost-Ten-Noode

Een stukje Brusselse identiteit dreigt dus zomaar zou verdwijnen.Gedurende ca. 130 jaar biedt de Cité Mommen 4.000 vierkante meter woon en werkruimte aan kunstenaars. De Limburgse zakenman (industrieël) Félix Mommen hield van kunst en kunstenaars. In 1875 besloot hij daarom een complex op te trekken waar zowel materiaal gekocht kon worden als kunstenaars zonder atelier konden werken en wonen. Alle grote artiesten uit de 19de eeuw zoals de schilders Eugène Verboeckhoven, Rik Wouters, Félicien Rops en Henri Evenepoel, de beeldhouwer Constantin Meunier en de schrijver Emile Verhaeren hebben er gewerkt of vertoefd. En ook vandaag huizen er nog beeldhouwers, één etser, filmmakers, cineasten en dansers.Vandaag dreigen een renovatie en de daaruit voortvloeiende hogere huurprijzen de kunstenaars er te verjagen.

 

Actie n.a.v. de huidige renovatie

Op deze unieke verborgen plek, met een steegje en een heuse tuin worden naar aanleiding van Bruxelles Bravo ontmoetingen georganiseerd. Enkele kunstenaars van de Mommen-ateliers stellen hun atelier open en willen met de kunstminnenden van Sint-Joost, Brussel en elders van gedachten wisselen en een brede sensibiliseringscampagne op zetten. Het behoud van het ‘Brusselse Montparnasse’ met haar oorspronkelijke bestemming is hier de uiteindelijke inzet. De renovatie startte reeds in 1995, toen het gemeentebestuur van Sint-Joost-ten-Node een bouwvergunning afleverde voor kantoren, woningen en ateliers.De gevels van de kunstenaarsateliers werden gerenoveerd.

 

Nu komt de binnenzijde aan de beurt. De kunstenaars vrezen daaarom dat ze de hogere huurprijzen van de gerenoveerde ateliers niet meer zullen kunnen betalen. “We willen het artistieke en het sociale karakter bewaren”, zegt Jean-Louis Struyf, voorzitter van de vzw Mommen. De burgemeester van Sint-Joost, Jean Demannez (PS), steunt de kunstenaars en roept de hulp in van de overheid, van de Vlaamse en Franse Gemeenschap en het Brussels Gewest. Inmiddels zijn al diverse stortingen gebeurd op een rekeningnummer door zowel privé-personen als instanties.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

Relaties tussen kunstenaars en schrijvers

Voorstel 1: Bezoek aan het Museum voor Schone Kunsten (moderne kunst) van Brussel.

Beeldende kunstenaars hadden vanaf de 19de eeuw soms goede, soms slechte verhoudingen met schrijvers, kunstcritici of journalisten.

In de afdeling van de moderne kunst (zijde Koningsplein) zijn heel wat werken aanwezig van onze impressionisten, symbolisten en expressionisten. Constantin Meunier, Van Rijsselberghe, Khnopff, Spilliaert, de Gouve de Nuncques, George Minne, Gustaaf van de Woestijne en zelfs Eugène Laermans waren bevriend met de dichterskring ‘Van Nu en Straks’, Emile Verhaeren, Christina Rossetti en William Morris of Karel van de Woestijne. Na de verschrikkingen van de 2 wereldoorlogen gingen de surrealisten en de Cobra-leden anders denken over kunst en waren het nadenken over de taal, het schrijven en de kalligrafie nieuwe invalshoeken. Magritte is onze grootste rebusschilder.Het werk van Alechinsky, Dotremont en anderen vult eén der rijkste verdiepingen van het museum voor moderne kunst.

Samenkomst: Hoofdingang van de Kon. Musea, Regentschapsstraat 3- Ingang: 5 euro

 

Voorstel 2: Bezoek aan het Constantin Meuniermuseum, een afdeling van de Kon. Musea voor Schone Kunsten in de Abdijstraat te Elsene

Bezoek integraal toegespitst op de beelden, tekeningen en schilderijen van onze grootste realist en op zijn vriendschappen met schrijvers en kunstcritici.

Samenkomst: Abdijstraat 59 Elsene (zijstraat van de Louizalaan)

 

Voorstel 3: Bezoek aan het Charliermuseum in Sint-Joost-ten-Node

Aanvankelijk verbouwd en bewoond door de rijke hoteleigenaar en kunstverzamelaar Henri Van Cutsem, werd de woning aan de Kunstlaan nadien geërfd door Guillaume Charlier en de gemeente Sint-Joost-ten-Node. Charlier was een belangrijk beeldhouwer en een tijd-en geestesgenoot van Constantin Meunier. Hij was ook een lid van de ‘ XX’. De interieurs werden sfeervol ingericht met 19de eeuwse meubelen uit diverse stijlen en vooral versierd met landschappen, stadszichten, bloemenstillevens, portretten en wandtapijten. We belichten de nauwe relaties van Van Cutsem, Charlier en een aantal schilders met schrijvers en kunstcritici uit dezelfde tijd. In het museum is ook een hoekje gewijd aan het kunstenaarsmodel en de latere schrijfster Neel Doff, van Holland uitgeweken naar België, wiens boek aan de basis lag van de bekende film ‘keetje Tippel’.

Samenkomst Kunstlaan 16 (bij metro Madou), Sint-Joost-ten-Node-Ingang: 4 euro.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

Het Bruegelopenluchtmuseum in Dilbeek

Zie hoofdstuk "Bruegel in Dilbeek"

 

<terug naar boven>

~*~*~*~

 

Het Felix de Boeck museum in Drogenbos

Felix De Boeck is geboren te Drogenbos op 12 januari 1898. Hij bleef er tot zijn dood in 1995 op het vaderlijke erf wonen. Als primus in de Humaniora geëindigd wilde hij kunstenaar en schilder worden. Hij was een groot lezer en ging vaak naar tentoonstellingen. Allerlei omstandigheden lieten hem echter voor een materiële onafhankelijkheid kiezen. Hij zette daarom de boerenstiel verder en schilderde enkel op zondag. In totaal zou hij zo’n 7.000 werken gemaakt hebben.

Moederschap © 

Felix was ook als filosoof bekend. Zijn hoeve werd dekadenlang een Mekka voor schrijvers en artiesten van alle slag. Felix was één der eerste grondleggers van de abstractie in ons land. Vanaf 1930 koos hij echter opnieuw voor het figuratieve.

Abstract vroeg werk van Félix De Boeck © 

Hij heeft voor de abstractie ook nog vele andere ismen aangekleefd. Kleur en licht, onderwerpen uit de natuur, de mens en het goddelijke bleven de belangrijke constanten in zijn oeuvre.

Recente monografie van 2010 © 

Felix werd daarnaast ook beroemd door zelfgaven, portretten en zelfportretten. Na ca. 70 jaar scheppen keerde hij terug naar het abstracte. Hij had geen erfgenamen en liet zijn kunstcollectie aan de Belgische staat over. Voor deze collectie (meer dan 450 werken) werd in de boomgaard en de tuin aan de Kuikenstraat door de Vlaamse Gemeenschap een nieuw museum gebouwd dat in 1996 open ging.

Tuin Felix De Boeck museum © 

In een tiental zalen wordt zowel de evolutie van de schilder als zijn relaties met andere kunstenaars en zijn impact op hedendaagse artiesten belicht. De vaste collectie wordt regelmatig herschikt en meermaals in het jaar zijn er tijdelijke tentoonstellingen. Binnenkort, na de restauraties, zijn boerderij en Felix’ atelier ook te bezoeken.

 

<terug naar boven>

~*~*~*~