KEUZELIJST
Bankbiljetten ontworpen door Luc De Decker
Expo 58 vijftig jaar later ‘De Kunstberg en zijn omgeving, een labo voor de toekomst’

Brussel beleefde enkele krasse transformaties in verschillende perioden, waaronder de 18de en de 19de eeuw. Grote werken werden opnieuw aangevat na de Tweede Wereldoorlog, ter voorbereiding van de Wereldtentoonstelling.

Tuinen van Péchère, Kunstberg en Koninklijke Bibliotheek
Een mooi voorbeeld hiervoor is de Kunstberg.

De Nassaukapel, rest van het vroegere Nassaupaleis en expositieruimte in de Koninklijke Bibliotheek © Koninklijke Bibliotheek Brussel
Deze heuvel omgeven door belangrijke culturele instellingen was een droom van Leopold II en was gewenst om de breuk tussen de boven- en de benedenstad op te vullen.

Detail interieur Congressquare (vroegere Congressenpaleis), muurschildering van Paul Delvaux © Congressquare Brussel
Zoals Van Langendonk en Geert Van Istendaal terecht beschrijven was deze site lang een ‘open wonde’ en moest veel worden afgebroken of verdwijnen.

Foto van de Kunstberg voor de ingreep van René Péchère vóór 1958 ©
Het volledige project was goedgekeurd in 1937 maar de realisatie duurde ettelijke jaren. Pas in ’69 werd de Kon. Bib. plechtig geopend.

Beeld met spelende kinderen aan de Kunstberg en Congressquare
Voor velen is de Kunstberg een nostalgische plek van herinnering, waarbij verwezen wordt naar een collectieve en nationale identiteit en een monarchie. Het is een confuus bastion van kennis, wetenschap en cultuurproductie Als doorgangssluis tussen de beneden- en de bovenstad is er geen binding met het oude stadscentrum. De omgevende gebouwen zijn té monumentaal, té theatraal en als mengvorm tussen traditie en modernisme middelmatig van architectuur.

N.a.v. Brussel 2000 werd de Kunstberg eindelijk attractief, levendig en goed verlicht. Vergeten onderwerelden werden beter toegankelijk en ruimten werden gebruikt voor volksere cultuuraangelegenheden. Twee relicten van de Expo ’58 zijn duidelijk zichtbaar, nl het heropgebouwde oor van Calder en een klokkenspel of beiaard. Ook inwendig werden gebouwen verfraaid door toenmalige kunstenaars, zoals Delvaux en Magritte.

© E. Borghers, 1993 pour Confluent - René Péchère
Wat verderop creëerden dezelfde architecten wel merkwaardige gebouwen, als symbolen van een betere toekomst, zoals de Ravensteingalerij, het Terminusgebouw van Sabena, de Telefooncentrale en het Westburyhotel. Deze vroegere hoteltoren ging in 2003 tegen de vlakte.

Ravensteingalerij van de archtectenfamilie Dumont
Naar het voorbeeld van Amerika waren brede lanen gewenst als paradijs voor koning auto. De wijk tussen de Zandstraat, Schildknaapstraat en Koningsstraat werd verder ingevuld met grote complexen. Nieuwe torens verschenen. In de laatste decaden van de 20ste eeuw jaren ontwikkelde zich in Brussel ook het postmodernisme.
De wandeling vertrekt van aan het standbeeld van koning Albert aan de Keizerslaan en eindigt na 2 u aan het Rijskadministratief Centrum.
Max. aantal deelnemers per gids: 18.
Begeleide wandelingen in de 3 Belgische landtalen (N., Fr., D.) en in het Engels en Japans.
<terug naar boven> Herinneringen van de Wereldexpo’sOp zoek naar herinneringen van de Wereldexpo’s van ’35 en ’58:
Bezoek aan de Heizel

© Expopaleizen klaargekolmen in 1935
In Brussel werden er meerdere Wereldtentoonstellingen georganiseerd. De locaties voor de Wereldtentoonstellingen van 1897 en 1910 in het Jubelpark en het Soldboschterrein waren te klein. Men koos omwille van meerdere redenen voor de uitermate gunstig gelegen, nog weinig bewoonde en heerlijk groene site van de Heizel. De Wereldtentoonstellingen moesten ook volgens de nieuwe filosofie aangenaam en didactisch zijn en de faam en de uitstraling van onze bedrijven in het buitenland nog verhogen. In 1935 kon men een domein bezoeken van 145 ha. Tuinarchitect Jules Buyssens zette zijn beste beentje voor en integreerde het Osseghempark in de site.
 Hoofdarchitect Jozef Van Neck ontwierp de nog steeds bestaande Expopaleizen en superviseerde de bouw van een 140tal paviljoenen en hallen rond het reeds bestaande Heizelstadion. In 1948 kreeg Brussel opnieuw de toelating om een wereldexpo in 1955 te organiseren. Deze werd wegens allerlei problemen een jaar uitgesteld. Tussen 1951 en 1954 volgden dan de aanduiding van een commissaris-gerenaal en de oprichting van een uitvoerend comité, pr-verantwoordelijken en een dienst voor onthaal. De site werd tot 200 ha uitgebreid en door René Péchère tot een prachtig geheel omgetoverd. De eerste steenlegging met koning Boudwijn gebeurde in september 1955. Leveringen van bouwmaterialen en de start van de bouw van het Atomium volgden in 1956. In totaal hebben ca. 42 miljoen bezoekers, waarvan 80 percent Belgen, deze Expo bezocht.
 Veel is te danken aan het organisatietalent van commissaris Moens de Fernich. De buitenlandse sectie had 43 paviljoenen. De grootste en de meest bezochte paviljoenen waren deze van Rusland, de Verenigde Staten en ‘Civitas Deï’, vreedzaam naast elkaar gebouwd. Het Atomium kreeg 1,2 miljoen bezoekers over de vloer.
Wandeling langs de verborgen resten van de 2 Wereldtentoonstellingen in het Osseghempark en de nog 4 aanwezige paviljoenen (met o.a. het Atomium en het Amerikaans Theater). Ook de oude Expopaleizen worden niet vergeten.
Duur van de wandeling: 2 uur - Samenkomst: metro Heizel (uitgang Expopaleis 1)
<terug naar boven> |