|
|
MOGELIJKHEDEN
De tentoonstelling ‘The European genius’: een eerbetoon aan ‘Leonardo da Vinci’
N.a.v. de viering ’50 jaar verdrag van Rome’ kan men in de Basiliek van Koekelberg een expo bezoeken, gewijd aan Leonardo da Vinci. Deze Italiaan is een ‘ikoon’ in de kunstgeschiedenis. Hij is dé mooiste belichaming van de Renaissancemens, een baanbrekend vernieuwer en een belangrijk theoreticus en ook een stoutmoedig en perfectionistisch artiest. Kunst en wetenschap waren volgens zijn visie elkaars gelijken en zien betekende ook inzien. Een strenge discipline en het naleven van regels waren een ‘must’.

De tentoonstelling is in 4 secties onderverdeeld. Een 1ste deel staat stil bij Leonardo’s leven, de verblijfplaatsen, mecenassen en tijdgenoten en de persoonlijkheid. Leonardo zag in 1542 het levenslicht in het Toscaanse dorp Vinci. Hij groeide er als buitenechtelijk kind bij andere stiefbroers verder op in het huis van de notaris Pietro Ser. In 1469 verhuisde hij mee naar Firenze en ging er in de leer ging bij de bekende beeldhouwer Andrea Verrochio. Zijn medeleerlingen waren Boticelli, Ghirlandaio en Perugino. De belangrijke positie van Leonardo’s vader en Leonardo’s genialiteit zorgden voor belangrijke opdrachten. Eerst verbleef hij 18 jaar in Milaan, ontboden door Ludovico Sforza of ‘Il Moro, waarbij talloze opdrachten (feest-, paleis- en badenontwerpen) afwisselden met allerlei reizen. Hij realiseerde er ook de beroemde fresco van het Laatste Avondmaal in het klooster van Santa Maria della Grazie. Nadien verbleef hij opnieuw in Firenze, gedwongen door politieke gebeurtenissen, zoals de verovering van Milaan door Lodewijk XII van Frankrijk en de plotse vlucht van Leonardo’s mecenas Sforza. Groten zoals paus Leo X en Julius II en Lodewijk XII wierven vanaf 1506 om zijn diensten. Vanaf 1511 tot 1516 verbleef hij in het Romeinse Belvedère, waar hij zich bezig hield met een wiskundige verhandeling, studies i.v.m. de afmetingen van de Sint-Pietersbasiliek en de drooglegging van de Pontijnse moerassen. Beschuldigd van ‘zwarte magie’ verhuisde hij een laatste maal. Als bezoldigd ‘artiest van de Franse koning’ verbleef hij tot zijn dood, in 1519, in de Franse Loirevallei, in het het ‘Clos Lucé’. Een 2de deel belicht Leonardo als veelzijdig artiest. De beeldhouwer en de architect zijn goed belicht, dank zij vele schetsen, manuscripten en theoretische boeken van tijdgenoten. Helaas zijn, omwille van de fragiliteit, slechts 2 van de 15 erkende schilderijen aanwezig. Het zijn de ‘Madonna in de grot’ en de ‘Maria Magdalena’. Dit werk werd pas in 1929 ontdekt en is in de 20ste eeuw slechts 2 maal tentoongesteld. Het werk werd onlangs door dé da Vinci-kenner C.Pedretti geïdentficeerd. Ook het beroemd getekend zelfportet van de artiest is aanwezig. Gesprekken met experten, voorbereidende schetsen i.v.m. zijn 5 meest beroemde meesterwerken en een levensgrote copie van het ‘Laatste Avondmaal’ van de abdij van Tongerlo, geschilderd door een leerling, moeten de lacune verder opvullen. Zijn grote invloed is uitvoerig geïllustreerd aan de hand van werken van 12 leerlingen, waaronder Giampetrino, B. de Conti, da Sesto en de later in Brugge werkzame vrijmeester Anbrosius Benson. De laatste 2 expositiedelen belichten zijn ingenieurskunst en zijn technologisch-wetenschappelijk oeuvre. Zowel een 50tal maquettes, filmprojecties, studies als tractaten en eigenhandig geschreven notitieboeken zijn aanwezig. Voor het eerst zijn diverse codices waaronder deze ‘van de vogels’ uit de Bibliotheek van Turijn te zien

<terug naar boven>
~*~*~*~
De geschiedenis van Delhaize en de supermarkten in EuropaExpo in het filiaal van het ‘Civa buiten de muren’.
Waarom deze expositie:
Precies 50 jaar geleden, op 18 december 1957, opende Delhaize-De Leeuw de eerste zelfbedieningssupermarkt aan het Flageyplein te Brussel. Op nog geen 10 jaar tijd werden dergelijke complexen in België een vertrouwd onderdeel van elke grootstad of belangrijke deelgemeente, gelegen aan een belangrijke autoweg.

Van kleinhandel tot supermarkt.
Vanaf de Middeleeuwen tot ca. 1880 kon de burger naar verschillende locaties gaan om zich te voorzien van allerlei behoeften. Er waren zowel algemene als gespecialiseerde markten en specifieke, overdekte verkoopshallen die de voedingsmiddelen aan de man brachten. Denken we maar aan de vismarkt in Brugge of de vlees- en broodhalle in Brussel. In navolging van Parijs werden indrukwekkende grootwarenhuizen gebouwd. Het waren hoogstandjes in architectuur die met hun verglaasde voorgevels, luxueuze inrichting en vele verkoopsters de klanten tot aankopen moesten uitnodigen. Voor de arbeidersgezinnen waren er de filialen van de coöperatieven, zoals deze van de ‘Vooruit’. In 1867 beslisten de broers Delhaize om onder 1 zelfde ‘logo’en met vooraf aangekondigde prijzen 3 verschillende soorten producten te verkopen. Nog steeds wordt dezelfde filosofie gehanteerd. Belangrijk zijn ‘kwaliteit’ en een groot assortiment van koloniale producten, wijnen, likeuren en brandewijnsoorten. Van in 1867 werd ook bepaald dat 2/3 van het aanbod voedingsmiddelen zouden zijn. Dit is nog altijd een belangrijk kenmerk voor een supermarkt. De eerste Delhaizewinkels waren klein en verkochten naast conserven en voorverpakte producten zoals chocolade de meeste dingen per stuk of per gewicht. De winkels waren ondergebracht in privé-huizen, voorzien van een opvallend logo en de klanten werden bediend door een zaakvoerder of winkelbedienden.
Een paradox: de economische crisis wordt de start van de massaconsumptie.
Door de crash van de Beurs van New York in oktober ’29 was men verplicht na te denken over een ander beleid en concurrentieel te blijven. In de V.S. dacht men een nieuwe tactiek uit. In 1916 had de kruidenier C. Saunders in Memphis al voor een revelatie gezorgd. De klant ging zelf aan de slag (zelfbediening), werd langs bepaalde plaatsen geleid en tot impulsief aankopen aangezet. Een vooraf gevoerde reclame had het initiatief bekend gemaakt. Door de crisis inventief geworden, werden er nog 2 bijkomende elementen aan toegevoegd. De ruimten werden herbruikt (zoals garages en loodsen) en massaal aangekochte producten werden van de vloer tot het plafond opgestapeld. Door de hoge opstapeling werd het woord ‘super’ toegevoegd en ontstond de term ‘supermarkt’. Michaël Kullen opende op 4 augustus 1930 en bracht ca. 1.100 producten in een verbouwde garage in de wijk Queens van New York aan de man. Het succes was spectaculair. In 1937 werd er reeds in de V.S. een ‘Super Market Institute’ opgericht. Supermarkten krijgen het eerst navolging in Europa in Engeland, Zwitserland, Zweden, Frankrijk en Nederland. In België zal Priba als eerste, meer bepaald in Gent (1950) een supermarkt openen. De stijgende welvaart in de fifties, na de ontberingen van de tweede wereldoorlog vergeten en het Marshallplan met ingerichte seminaries, missies en trainingen zorgen voor een verdere "boem" bij Priba, Grand Bazar en Delhaize.Meer en meer gezinnen hebben een auto Zo wordt, waar men vroeger om de hoek en te voet snel winkelen ging, een bezoek aan de supermarkt in de periferie of een shopping center, voorzien van een grote parking, een familiaal uitje.
De eerste shopping centra waren deze van Woluwe en van Sint-Niklaas gebouwd tussen ’68 en ’72. De supermarkten bevinden zich nu in de stad, in de buitenwijken en in grote verkoopscomplexen.
De evolutie van de supermarkt: van fantasieloze schoenendoos tot ecologisch hoogstandje.
De eerste supermarkten werden ondergebracht in bestaande gebouwen. De Delhaizezaak aan het Flageyplein was ondergebracht in een recente woonwijk en een nieuw appartementsgebouw. De ruimte was 400 m2 groot en had door zijn bijzondere inrichting (met hulp van de specialist P.K. Halstead), zijn kleurrijke en goed verlichte gevel de eerste winkelwagentjes en een goed uitgetekende bewegwijzering voor de klanten bij de huisvrouwen een zeer groot succes. Vervolgens opende Delhaize een filiaal in Antwerpen, Hasselt, Charleroi, Luik en Alsemberg. In Brussel kwamen er nog 2 zaken bij: een aan de Eskadronstraat te Etterbeek, vlakbij de Sint-Michielslaan die in 1960 van start ging, ingericht in een oude garage en een in Laken in de wijk ‘Mutsaard’ die onlangs met een uiterste zorg voor minimaal energieverbruik grondig werd vernieuwd. De gestandaardiseerde inrichting en het stereotiepe uitzicht bleef ca. 30 jaar in voege.
In de laatste 15 jaar werd de supermarkt ook een studie-object van architecten en werden nieuwe eisen zoals duurzaamheid, aanpassing aan het landschap en de zorg voor het milieu belangrijk. De expositie heeft dank zij de verwijzingen naar spectaculaire realisaties in o.a.. Engeland en Oostenrijk, ontworpen door Claude Parent, Grimshaw en MPreis ook de steun gekregen van Europalia. Er staat een ook niet gerealiseerd maar zeer esthetisch en groen project van de groep Samyn en Parnters tentoongesteld, bedoeld voor Halle. Op het einde van de tentoonstelling wordt ook het belang van de supermarkt in de kinderliteratuur, de fotografie en de poëzie belicht. Interviews zijn interessant voor allerlei weetjes, zoals de verschillen in de supermarktinrichting tussen Nederland en België, de kritieken op de winkelwagentjes en het voorverpakt vlees. De expo is een esthetisch genoegen voor het oog en kan door de vele geëxposeerde stukken als mooie hommage aan de ’50-er jaren en een start van de herdenkingen van de expo 58 in 2008 aanzien worden!
<terug naar boven>
~*~*~*~ |